DE TERUGREIS – DEEL 2

Afijn, ik kom keurig op tijd op het vliegveld aan (gelukkig had ik een taxi-chauffeur die daarvoor zorgdroeg anders was het waarschijnlijk toch weer last-minute geworden) en ga vrolijk inchecken.
Eerst even bagage wegen … maar liefst 7 kilo overgewicht! En per kilo vanuit India betaal je € 30,- … jottem! M’n rugzak (handbagage) was één kilo onder gewicht, dus daar kon ik nog wat instoppen zei de balie medewerkster. Die rugzak was echter nokkie vol en ik zag niet veel mogelijkheden. Ik kon m’n koffer nog eens nalopen om er het één en ander uit te dumpen … al wist ik niet wat. Ik had er iig absoluut geen zin in om daar in die hal m’n koffer open te trekken en weer helemaal overhoop te halen. Ik heb alles gewoon in laten checken. Ze heeft me uiteindelijk ‘maar’ 6 kilo in rekening gebracht. Het meest rottige was nog dat ik niet wist dat Linda nog niet had ingecheckt en dat haar bagage 5 kilo onder gewicht zat!
Achteraf bezien had ik er een multomap, shampoo en zeepflesjes uit kunnen gooien, een jas aan kunnen doen … al met al was het toch erg makkelijk geweest om minimaal 3 kilo te dumpen. Jammer, maar op dat moment heb je er echt even geen zin in!

Door de douane … flesje water mag niet mee. Nou, dan gieten we toch gewoon een 1/2 liter water naar binnen? Was ik even blij dat het geen whisky was! De dame na mij mocht haar flesje wel meenemen nadat ze er 2 slokken uit had genomen. Stond ik daar lekker met een dikke waterpens!

Lekker mensen zitten bestuderen in de vertrekhal, wachten op Linda en om 00.30 uur aan boord gaan. Word je direct in het Nederlands aangesproken … "Huh? Zie ik er zo Nederlands uit dan?" "Nee, maar anders zou u niet met de Telegraaf rondlopen". "Ah! Scherp!". Even uittesten op de volgende stewardess, krant verborgen … en jawel: Aangesproken in het Engels!

Op mijn plek aangekomen – ik was één van de laatsten die aan boord ging – heb ik m’n bagage opgeborgen en wilde net op mijn plek gaan zitten (op de op één na laatste rij aan het gangpad aan de linkerzijde van het vliegtuig) toen m’n buurman nog binnen kwam zetten. Een kleine Indiër die direct uiterst hoffelijk meende aan te moeten bieden dat hij wel aan het gangpad wilde zitten. Ik zei hem beleefd doch dringend dat ik daar wilde zitten. "Ja, maar ik zit liever daar!" "Dat kan me geen moer schelen. Het is mijn plek, je bent een kop kleiner dan ik en ik wil m’n benen kwijt kunnen!". Het werd bijna ruzie maar uiteindelijk legde hij zich er toch bij neer. Ik had toen al het idee dat ‘de beste man’ ietsjes teveel gedronken had. Mogelijk had hij z’n taxfree voorraad direct on the spot verorberd.
Hoe dan ook, hij ging toch maar op z’n eigen plek zitten en viel vrijwel direct in slaap. Daarbij lag hij dan weer half over mij heen, dan weer half over de Duitse dame aan het raam. Wij keken elkaar met verbazing aan maar waren allang blij dat ‘de beste man’ stil was. Zo nu en dan duwden we weer enige ledematen richting de juiste stoel en verder vonden we het wel best. ‘De beste man’ vond het ook niet nodig om z’n gordel vast te maken en zodoende heb ik de stewardess erop attent gemaakt (het leek me verstandiger niet zelf de discussie met hem aan te gaan). Tegen haar begon hij nog ‘s bijdehand en sexistisch te doen "Wilt u hem vastmaken dan?". Nadat zij zeer duidelijk kenbaar gemaakt had dat zij gordels geen onderwerp van vermaak vond, werkte hij dan toch mee en deed z’n gordel om. Hij trok ‘m dan wel niet strak (bij hoeveel G kracht decceleratie wordt een mens gehalveerd?), maar hij had ‘m om!

We waren net een half uur onderweg – ik had juist besloten een filmpje te willen zien en daarna flink te gaan slapen – toen ‘de beste man’ ineens 5 keer moest niezen … en daarbij niet z’n hand voor z’n mond hield! Daarbij sproeide hij de stoel voor hem helemaal vol … en niet alleen met snot! Er zaten zwarte stukjes tussen het snot. Het behoeft geen uitvoerige verklaring waarom ik daar eventjes licht onpasselijk van werd. Ik heb de steward erbij gehaald en hij heeft de stoel schoon gemaakt. De Duitse dame wilde eigenlijk ook niet meer op haar plek blijven zitten, maar de ‘de beste man’ werkte ook niet echt mee om haar te laten passeren. Uiteindelijk is ze over hem heen geklommen. Vervolgens werd er in algemeen overleg besloten om ‘de beste man’ maar naar het raam toe te verplaatsen zodat hij verder niet al teveel overlast zou moeten kunnen veroorzaken. Op zijn stoel wilde natuurlijk niemand meer zitten en dus heb ik mijn plek afgestaan aan de Duitse dame. Zij moest op Schiphol nog overstappen en zou dus nog langer onderweg zijn dan ik. Ik zou veel eerder een bed zien dan zij … vandaar.
Ik heb 0,5 uur op mijn eigen plek gezeten, 5,5 uur gestaan (alle reserve plekken waren ook bezet) en 2 uur op een klapstoel in de galley (keuken) gezeten alwaar ik 10 minuten heb geslapen (grappig hoeveel energie zo’n hazeslaapje nog kan bieden!). De landing hebben we weer op de normale stoelen gedaan. Gelukkig was daarbij ‘de beste man’ compleet braaf, want ik kon niet heel veel meer hebben van hem. Ik was er al helemaal op voorbereid dat hij weer bijdehand of lastig ging doen en ik had de weg die mijn elleboog dan af zou leggen al een keer of dertig doorgerekend … maar hij was braaf. Alleen jammer dat hij niet nog gewoon even netjes z’n excuses aan heeft geboden.

Samen met Linda m’n bagage opgehaald en haar bijgepraat over mijn reis (het grootste gedeelte had ik haar al tijdens de reis verteld). M’n moeke gespot, plasje gedaan, treintje genomen …
Ziiten we in de trein, zegt mènne moeke: "Ik moet even naar de WC". Wat denk je? Ja hoor, precies 30 seconden daarna komt ome controleur langs! "Hmm, m’n moeder zit op het toilet en zij heeft de kaartjes bij zich" komt dan niet zo heel erg intelligent over. Maar ach, de waarheid kan niet altijd even intelligent zijn, toch? Wat schetste mijn verbazing? Ze vonden het wel best en zijn gewoon doorgelopen!

Niet veel later belt m’n broertje met de mededeling dat ik pas om 21.00 naar bed mag, dit ivm het verwerken van een jetlag. Eigenlijk mocht ik zelfs niet eerder naar bed gaan dan dat ik India gewend was. Ik heb hem vriendelijk doch uiterst verstaanbaar verteld dat hij naar de pomp (en vooral niet terug!) mocht lopen! Ik ging pitten!!!

—————————————————–

Ik heb met hulp van de steward een klacht ingediend bij de KLM. Die zaak loopt nog maar de eerste respons luidde: "Met betrekking tot uw bevindingen over de passagier naast u, kan ik melden dat het spijtig is te vernemen, echter het gedrag van passagiers ligt buiten de invloedsfeer en verantwoordelijkheid van KLM."
Mijn respons daarop luidde: "Ik ben het met de door u ingenomen stelling niet eens! Het gedrag van medepassagiers ligt zeker voor een heel groot gedeelte WEL binnen de invloedssfeer EN verantwoordelijkheid van KLM. Deze man had dusdanig teveel gedronken dat hij helemaal nooit meer aan boord had mogen komen. Dat hij alcoholisch gezien dusdanig ver heen was, kon een kleuter nog zien! Het is dat ik – en de Duitse dame met mij – ons ingehouden hebben, want het had evengoed een tussenlanding kunnen opleveren! Van de 8 uur vliegtijd heb ik er 5,5 gestaan en 2 in de keuken doorgebracht! Er waren geen overige plaatsen meer en je kunt toch zeker niet stellen dat het mijn eigen schuld was, toch? Ik ga er vanuit dat hier meer mee gaat gebeuren en dat u het nogmaals de revue laat passeren."
Het verhaal gaat nu intern een verdieping hoger.

Agra en de Taj Mahal

Er zit één heel groot voordeel aan een hotelkamer met praktisch geen raam … het is er ‘s nachts doodstil! Om 05.15 uur werd er aan mijn deur gebeld en ik ontwaakte alsof ik voor het eerst in mijn leven mijn ogen opendeed. Alsof er zich voor dat tijdstip nog niks-noppes-nada in mijn leven had afgespeeld, als was mijn geest nog volledig onbespeeld!
Zodra ik voldoende uit mijn coma ontwaakt was en me besefte wie en waar ik was, opende ik – nog VOOR er een tweede keer werd aangebeld! – de deur en trof daar mijn ontbijt in handen van een vroege Indiase (Het is toch wat! Alleen omdat Columbus een klein inschattingsfoutje maakte, zitten wij tot in lengte van eeuwen te hannessen met Indisch, Indiaas, Indiaan en wat al niet meer! Speaking about a major fuck-up!) vogel. De avond ervoor had ik aan de receptie de nodige vragen gesteld mbt het ontbijt – Hoe vroeg kan ik al bestellen? Hebben jullie ook omelet?, etc. – en dat was duidelijk blijven hangen. Ik hoefde niet eens te bestellen!

Na het ontbijt verorberd en de kleding aangetrokken (in random order) te hebben, werd ik gebeld met de mededeling dat mijn taxi klaar stond. Mijn chauffeur heette Rakesh Kamur en sprak enigszins Engels, in ieder geval beduidend minder dan dat mijn Koenig contactpersoon me de avond ervoor verzekerde. Samen hebben we een uitgang uit het ontwakende New Delhi weten te vinden. Hier en daar kwam daar nog enig laveerwerk aan te pas want er was de avond ervoor een festival geweest. Daarbij komen de mensen van heinde en verre te voet met een speciaal bouwsel van bamboe en stof over hun schouder. Volgens mijn chauffeur vond dit festival plaats door het gehele land heen en werden er daarbij meerdere steden bezocht. De bouwsels varieerden enigszins: De meesten hadden een horizontale bamboestok van ± 2,5 meter. Daarop bevond zich in het midden een dwarslat van ± 1 meter. Vanaf de zo verkregen uiteinden liepen er – met name – roze stukken stof en glitterende slingers. Een veel kleiner aantal was veel imposanter van omvang. Deze hadden dezelfde horizontale tak maar aan de uiteinden ervan hingen huisvormige bouwsels van stof met bamboe skelet die soms wel 1,5 meter hoog waren. Ik was toch redelijk benieuwd naar het gewicht van de bouwsels, vooral toen m’n chauffeur me vertelde dat sommige deelnemers al 250 kilometer te voet gekomen waren en nu weer naar huis gingen. En dat allles omdat men ‘iets’ nodig had van de één of andere god. Ik kreeg er wel een beetje een thuisgevoel van want iedere deelnemer liep in het oranje.
Dankzij dit festival en z’n huiswaarts kerende deelnemers kwamen we de gehele dag door zo nu en dan in verkeerschaos terecht. Zo zijn we tot twee maal toe in een file terechtgekomen. In Europa wacht je dan braaf tot alles weer gaat bewegen. In India blijf je niet bij de pakken neerzitten. Je maakt ruimte als je voorganger besloten heeft achteruit te rijden en je gaat ‘m daarna achterna tussen de stilstaande vrachtwagens door. Ik wees m’n chauffeur nog op een ventweg die we misschien zouden kunnen gebruiken, maar dat was volgens hem geen alternatief. Hij wist al wat anders.
De file vermijden op z’n Ind… zoals ze het in India doen:

  1. Achteruit terugrijden tussen de vrachtwagens door.
  2. Zoeken naar een punt dat voldoende ruimte biedt om de wagen om te keren zodat men weer door de voorruit kan kijken om te zien waar men heen gaat.
  3. Tegen het verkeer in blijven rijden net zolang tot je een punt tegenkomt waar je de weg over kunt steken.
  4. Steek over naar de andere weghelft en vervolg uw weg … met 100 km\u tegen het verkeer in.
  5. Daarbij is het nog altijd toegestaan om in te halen … tot 3 voertuigen dik aan toe.

Dit ‘trucje’ hebben we twee keer toegepast. Het werkte best wel goed, men raakt er veel minder snel in paniek als er een voertuig recht op hun toe komt gereden. Men geeft op een gegeven moment wel een lichtsignaal maar pas op een tijdstip dat in er in Europa al minstens 4 gebeden werden uitgesproken, 3 verzekeringsagenten werden gecontacteerd en er minstens 2 personen flauwvielen.

Ook in India werd ik weer in de maling genomen door dit – nader te noemen – doorgaans niet zo koddige dier. Ik reed een tijd terug op de snelweg in Nederland en zag een paardentrailer voor me rijden. Ik keek naar het paard dat erin stond en dacht: "Die heeft een forse nek!". Hoe dichter bij ik kwam, hoe forser die nek leek te worden. Na nog nader gekomen te zijn, werd het me pas duidelijk dat ik tegen de bult van een kameel aankeek! Wie stopt er dan ook een kameel in een paardentrailer???, dat is vragen om verwarring!
Hetzelfde geintje overkwam me ook weer in India. Ook hier dacht ik tegen een paard met een forse nek aan te kijken. Later op de dag, op de terugweg om precies te zijn, kwamen we weer kanmelen tegen maar nu met volgeladen wagens. De wagen was zo volgeladen dat het er aan alle kanten overheen stak. Je zag alleen nog een paar dierenpoten onder de wagen door en je denkt bij jezelf "Welk paard kan in vredesnaam zoveel trekken??? Dat is dierenmishandeling!" … en wederom bleek het een kameel te zijn … die schijnbaar moeiteloos voorthobbelde met een lading waar meerdere paarden voor nodig zouden zijn. Het zijn en blijven bijzondere dieren! Wist je trouwens dat de Blauwbloezen er ook nog een poosje meegepuzzeld hebben tijdens de burgeroorlog? Met name als het gehele slagveld was vergaan tot één grote modderpoel (en dat gebeurde nog wel eens) hadden de kamelen daar totaal geen moeite mee. De enigen die echter wel serieuze problemen hadden met de kamelen waren de paarden. Ze konden niet tegen de kamelengeur. It’s a fact!

Op een gegeven moment bereikten we dan toch Agra. Aldaar troffen we mijn gids – ik weet niet hoe je het schrijft, maar je spreekt het uit als – Vikkie (en hij was geen viking). Per riksha werden we naar de Taj Mahal gevoerd en aldaar heeft hij Vikkie me rondgeleid. Ik besefte me eigenlijk pas te laat dat hij hier in het hoogseizoen minimaal 7 keer per week komt. Hij dreigde er dan ook als een ongeinteresseerde Amerikaan doorheen te razen. Ik heb ‘m vanaf de eerste minuut getemperd daarin, maar achteraf bezien nog niet voldoende naar mijn zin. Voor de rest was hij namelijk een heel aimabele kerel en ik dacht dat hij nog veel meer op de planning had staan. Dat bleek later niet zo te zijn en ik had dus toch graag meer tijd uitgetrokken voor de Taj Mahal. Het is een schitterend bouwwerk (al had ik verwacht – net zoals in het Alhambra – er enige uren mee zoet te kunnen zijn). Op een gegeven moment had Vikkie me gewaarschuwd voor alle opdringerige fotografen ter plaatse. Eenmaal binnen vertelde hij me dat hij wel een aantal goede fotografen kende en dat deze een mooie foto van mij en de Taj Mahal konden maken. Ik ben blijkbaar toch een ander soort toerist dan gemiddeld want toen ik aangaf dat ik daar geen behoefte aanhad, vroeg Vikkie me hoe ik dan thuis wilde aantonen dat ik bij de Taj Mahal was geweest. Ik liet blijken dat ik daar totaal geen behoefte aan had en dat vond hij schijnbaar maar raar.
Vanaf de Taj Mahal lieten we ons weer per dezelfde riksha vervoeren. De bestuurder was ouder dan ik en pastte minstens twee keer in mij en drie keer in Vikkie. Toen hij ons op een gegeven moment de bult niet opgefietst kreeg, wilde ik uitstappen en ‘m helpen. Op dat moment werd de bestuurder spottend aangesproken door twee andere riksha rijders. Onze chauffeur had z’n antwoord direct klaar. Ik vroeg Vikkie waar dat over ging en Vikkie vertelde me dat de collega’s ‘m vroegen wanneer hij dood ging waarop de chauffeur antwoordde dat zij (de andere riksha bestuurders) nog op hem zouden staan te wachten ‘daarboven’. Ik was toen blij dat ik niet uitgestapt was, want mogelijk was hij dan helemaal het mikpunt van spot geworden onder z’n collega’s.
Na de Taj Mahal nam Vikkie me mee naar een werkplaats\winkel waar men nog steeds op dezelfde wijze voorwerpen maakt. De Taj Mahal is gemaakt van wit marmer dat ingelegd werd met diverse andere edelstenen. Op diezelfde wijze maken ze in Agra nu nog steeds vazen, tafelbladen en opbergdoosjes. Die wijze stamt overigens niet van origine uit India. De vrouw voor wie de Taj Mahal werd opgericht kwam uit Perzië en de handwerkleiden werden dan ook daar vandaan gehaald tbv het op te richten mausoleum. In die winkel staan werkelijk de meest mooie stukken! Alles is fantastisch en neigt naar pure wiskunde! Ik keek m’n ogen uit en kon er geen genoeg van krijgen. Maar … natuurlijk werd ik wel geacht iets te kopen. Ik moet momenteel echter evenetjes een beetje op m’n centen letten en achtte dat dus in het geheel niet verstandig … al waren er echt schitterende stukken bij! Een achthoekig tafelblad van ± 25 cm doorsnee dat ik erg mooi vond, moest € 321,- opbrengen. Voor die prijs werd het dan volledig breukvrij verpakt (hij had een sample verpakking liggen en wierp die rustig door de zaak) naar Nederland gestuurd. Ik achtte het echter verstandiger gewoon geen zaken te doen en dacht bij mezelf dat ik er hooguit € 150,- voor over zou hebben. Zelfs dan zou het nog niet doen ivm mijn onnavolgbare bestedingspatroon van de voorgaande dagen. Na veel discussie zakte de prijs van 321 naar 290 (10% korting) naar 260 naar 220 naar 185 en uiteindelijk naar € 150,-. LET DUS HEEL GOED OP UW GELDBUIDEL EN UW IMPULSIEVE KOOPGEDRAG ALS U HIER OOIT MOCHT KOMEN!!!
Ik heb er aan kunnen weerstaan en verwacht er nog een keer terug te komen. Dan schaf ik mogelijk een echt mooi stuk aan, maar ik weet nu in ieder geval waar ik dan rekening mee dien te houden!

Na deze handelsveldslag werd ik naar een restaurant gebracht alwaar ik m’n lunch kon nuttigen. Vikkie wilde echter (helaas) niet de maaltijd met me delen, hij ging de chauffeur (Rakesh) gezelschap houden want die was alleen. Aan het eind van mijn maaltijd kwam Rakesh binnen gewandeld en vroeg me waar Vikkie was. Kortom … Vikkie stak uiterst schril af tegen Jessie (in Delhi)! Erg jammer, want verder was het een heel geschikte kerel.
Na de lunch heeft Rakesh me nog naar een andere winkel met tapijten, juwelen, kleding, kussenslopen, dekens en ik weet niet wat alleemaal meer gebracht. Alles was even mooi en even interessant, maar ook daar heb ik ook voet bij stuk weten te houden (mede doordat iedere verkoper die ik in 4 weken tijd tegen was gekomen hetzelfde verhaal op hing: Ik maak een mooie prijs voor je, want je bent een geschikte kerel, … want je bent m’n eerste klant, … want het is lowseason, … want je hebt nog niks van de Taj Mahal, … want je hebt nog niks van deze winkel, … Het is net alsof ze allemaal opgeleid werden door één en dezelfde leraar!).
Na weer een handelsveldslag overleefd te hebben, heb ik me naar een internetshop laten vervoeren zodat ik me vast in kon checken voor de vlucht naar huis later die dag.

Na een voorspoedige terugreis – weinig last gehad van festivaldeelnemers of files – storten we ons weer in de New Delhi verkeerschaos … die op dat moment op z’n hoogtepunt was. Op een gegeven moment had Rakesh door dat ik naar de (mooie) vrouwen keek en begon hij me de betere exemplaren aan te wijzen. Op een gegeven moment stonden er 2 dames naast ons bij het stoplicht. Beiden zagen ze er aangenaam uit, maar ik wilde graag meer zien dan alleen en-profile. Toen ik daartoe Rakesh’s claxon begon te benutten, wist hij niet meer waar hij kijken moest en probeerde zich te verschuilen achter de B-stijl van z’n taxi. De dames reageerden echter toch niet, want op een claxon regaeert in India niemand meer.
Na ons aan het spitsuur ontworsteld te hebben – ik heb gelijk de oplossing voor het Delhi verkeersporbleem gevonden: Niet meer rechts afslaan, alleen nog maar linksaf. Als je rechtsaf moet, rij je door tot aan de rotonde, gaat 180° rond en slaat vervolgens weer op de juiste plek linksaf. Ook in Nederland kan dat op veel plaatsen soelaas bieden – kwamen we op het vliegveld aan.

De terugreis – Deel 1

Tuurlijk ga ik weer met de trein naar Delhi!!!

Helaas peanutbutter, het ding was al volgeboekt! Hoe kan men zich dan nog naar Delhi verplaatsen? Per vliegtuigjejejeje of per BUUUUUUS. Die bus zag ik op zich wel zitten ook al werd dit me door een verse bedrijfscollega (je weet wel, als itt een studiecollega) ten zeerste ontraden. Hij was op de rit de berg af slechts 4 keer over zijn nek gegaan. Eigenlijk werd die bus daarmee alleen maar meer een uitdaging die overwonnen moest worden.
Het feit dat ik met de bus zou gaan, is één van de redenen geweest dat ik het op mijn laatste Shimla avond niet laat gemaakt heb. Het is de major reden geweest waarom ik het bij één Zingaro en één wodka-jus heb gehouden. Om nou met een kater in een dergelijke bus te gaan zitten, was – mijns inziens – iets teveel uitdaging.

Ik had nog een email gestuurd aan Linda. Mogelijk zou zij ook al zondag in Delhi zijn. In dat geval zouden we samen de Taj Mahal kunnen gaan bekijken. Linda zag het allemaal niet meer lukken. Ik heb nog voorgesteld dat zij ook in mijn Delhi hotel – Clarke heights – zou overnachten zodat we vroeg op pad zouden kunnen, maar ook daar zag ze geen heil in.

Op de ochtend van vertrek heeft Adnan mij nog richting pick-up place begeleidt. Hij leek meer op een slaapwandelaar dan op een begeleiding, maar ik was blij met zijn – halve – aanwezigheid. Mieke had beloofd dat ze me nog uit zou komen zwaaien als ze zich beter zou voelen, maar dat zat er schijnbaar niet in, die ochtend. Keurig op tijd werd ik opgepikt en naar het busstation gebracht. Daar aangekomen werd m’n bagage beschreven met m’n seatnummer en m’n eindhalte. Vervolgens werden er de nodige zaken verstrekt: Een fles water – het was me in eerste instantie niet duidelijk of dat was voor inwenidige of uitwendige consumptie (om ‘het toilet door te spoelen’ zeg maar) -, een zak chips (ter aanvulling van de zoutvoorraad?) en een kotszak (‘tegen bergziekte’ stond erop, aan de chauffeur zou het dus in ieder geval niet kunnen liggen).
De rit de bergen af ging erg vlot (do the math: Volgeladen superbus – passagiers & bagage – en een aardige berghelling). Ook dan wordt er nog gewoon ingehaald. Het eerste half uur dacht ik echt dat Michael Schumacher met een seious DeathWish aan het stuur zat, maar na verloop van tijd moest ik toch echt tot de conclusie komen dat de knaap achter het stuur verdraaid goed wist waar hij mee bezig was (gewoon Michael Schumacher). Zo nu en dan haalde hij acties uit die ik nog niet eens zou durven dromen, maar hij was absoluut een beer van een chauffeur. Voor hen die nog van Shimla naar beneden dienen te gaan: This ride definately ain’t for the faint hearted! It IS a nice rollercoaster ride though! Ook de scenery is vanuit de bus bezien zeker de moeite waard. Mijn suggestie zou zijn: Naar boven met de trein, naar beneden met de bus (als je een beetje lef hebt, dan toch).

In Kalka is men plotseling fresh out of hills en begint het gewone laagland weer. Vanaf daar is het zonder meer goed te doen al kan je als gemiddelde passagier totaal niet zien waarom de bus nu weer zo hard in de remmen moet of wie er ‘gehornd’ wordt. Dit omdat de buschauffeur een treetje lager zit en een soort gordijn omlaag heeft getrokken om de zon uit z’n ogen te houden. Daarmee is het zicht op de weg voor een passagier gereduceerd tot … nul! De ‘muur’ bevindt zich niet op slechts 1 meter van je vandaan, maar het is absoluut blindvliegen! In Kalka hebben we nog een tussenstop gemaakt bij het tankstation en iedereen die niet direct langs de weg z’n behoefte wilde doen, kon hier een ‘normaal’ toilet bezoeken. Alles bij elkaar is er slechts één passagier ziek geworden (een local notabene), maar ze ging wel 3x over haar nek.

Onderweg zijn we nog een keer gestopt ivm de lunch. Het was een aangename rit, ik ben slechts af en toe weggedoezeld en we kwamen keurig op tijd aan in New Delhi. Niet bij het hoofdstation maar één halte later werd ik weer keurig opgewacht door een medewerker van Koenig die me naar het hotel bracht. Zoals ik Linda al schreef, was dat wederom Clarke Heights … dacht ik! Het werd hotel PBS (Preliminary BullShit?). En het werd niet eens PBS 1, nee … na wat gegevens noteren aan de balie bleek ik naar PBS 2 te moeten. Slechts een paar blokken verder. De Delhi warmte was wederom vernietigend en ik had me al voorgenomen TV of DVD te gaan kijken NADAT ik onder de douche geweest was. Het draadloze internet bleek echter niet te werken, dus ik moest toch nog – uiteraard NA het douchen – de bloedverziekend warme gang op richting receptie. Uiteindelijk kon ik op een algemeen toegankelijke PC nog m’n email checken hopende dat er geen email was van Linda met de melding "Ik kom toch naar Clarke Heights". Die mail schitterde gelukkig door afwezigheid, niet dat dat 100% zekerheid bood. Ik was er toch enigszins opgelaten onder (al sliep ik er niet minder om).

De laatste avond in Shimla

Ik moest op zaterdag 26 juli nog mijn laatste examen doen. Veel zin had ik er echter absoluut niet meer in, eigenlijk kon het me niet zoveel meer schelen of ik het zou halen. Het gehele principe van het examen was me onderhand zo tegen gaan staan dat ik verduveld blij was dat het de laatste was! Ik had ‘m aan het eind van de dag gepland zodat ik nog zoveel mogelijk kon leren in de aanloop er naar toe. Echter, halverwege de ochtend voelde ik een hoofdpijntje opkomen en ging alles het ene oog in en ik weet niet waar allemaal er weer uit … er bleef niks hangen. Zodoende heb ik het examen qua tijdstip naar voren gehaald en ‘m zo ontspannen mogelijk afgehandeld. Het resultaat was positief en het hoofdpijntje bleek vals alarm … ik denk dat ik het onderhand gewoon redelijk zat was. Na het examen heb ik me weer naar het hotel laten brengen zodat ik vast m’n koffer in kon pakken.

Eerder in de week kwam Stephen mijn lokaal binnen gewandeld en spitste onmiddelijk z’n oren toen hij Porcupine tree hoorde. U weet, ik ben zwaar muziek verslaafd en heb dus altijd wel minimaal één geluidsbron aanstaan in huis. In Shimla in het testcenter had ik wat verschillende muziekstukken op de PC geplaatst en zolang m’n teach niet aan het woord was, was de muziek dat wel.
Toen Stephen PT hoorde, wilde hij er direct meer van weten en verliet het lokaal met de mededeling dat wij nodig muziekkennis met elkaar uit moesten wisselen. Ook over mijn foto’s was hij heel erg te spreken.

Uiteindelijk hebben Stephen en ik afgesproken dat we op mijn laatste avond muziekkennis en foto’s zouden uitwisselen. Tevens zouden we dan nog samen een hapje kunnen eten en een slokje kunnen drinken. Stephen is een goede vriend van mij geworden. Hij is een hele brede, doch kleine ex-postbode met een gouden hartje. Meermaals heb ik op een bepaalde manier z’n ogen geopend (zijn eigen woorden). De eerste keer was toen we met een hele club op de taxi stonden te wachten en ik een mooi wij-waren-op-die-tour-in-India foto opportunity zag. Aangezien mijn (Marks) camera in m’n rugzak op m’n rug zat (waar zou een rugzak anders moeten zitten), leek het me handiger om ‘gewoon’ Peters camera te pakken (die aan z’n riem hing). Ik deed dat – op z’n Daniëls – gewoon zonder te vragen en voor Stephen was dat toch verrassend.
De 2e keer gingen we samen op zoek naar blikjes tonijn aangezien Stephens darmen weer ‘s iets neutraals wilden consumeren. Daarbij daalden we steeds verder de Mall af (lower, lowest) totdat we in de Meat & Fish market terecht kwamen. De aanzicht van de situatie daar was niet direct bevorderlijk voor Stephens eetlust. Hij maakte een opmerking over hoe verschrikkelijk het er allemaal uitzag en het idee dat wij dat al enige avonden aten. "Kom op Stephen, het is echt niet anders dan 100 jaar geleden in Engeland of Nederland!". De dag daarop kwam hij naar me toe en zei: "Ik ga vanmiddag toch nog een keer naar de Meat & Fish market om foto’s te maken. Eigenlijk is het gewoon een afdaling in de geschiedenis."
De 3e keer was toen hij zag dat ik allerlei vrouwen – jong en oud – op de gevoelige plaat legde vanwege hun briljant mooie kleding. Hij keek me in eerste instantie verbaasd aan en zei vervolgens: "Je hebt helemaal gelijk! Ik heb tot nog toe alleen maar apen, natuur en bergen gefotografeerd terwijl die vrouwen en hun kleuren … dat is India! DAT is India!" Stephen is een schitterende kerel.

Nadat ik me naar mijn hotel had laten vervoeren en ik m’n koffer in had gepakt, verscheen Stephen ivm de voorgenomen Austausch. Als echte muziekfreaks hebben we in korte tijd heel wat muziek met elkaar besproken en beluisterd. Op een gegeven moment zegt Stephen: "Het schijnt dat men vanavond een feest heeft georganiseerd. Ik had eerder al met jou afgesproken dus als jij hier wilt blijven en de Chicken Chilli Honey wilt eten, blijf ik bij jou. Als je misschien ook zin hebt om naar het feest te gaan, dan …" "We gaan wel naar het feest" zei ik. "Hoe meer mensen, hoe leuker". Kort daarna kwam Naveen (Stephens teach) nog bij me binnenvallen en bracht een geluksarmband en een houten  letter ‘D’ aan een sleutelring voor me mee (en hij is niet eens mijn teach!).
Op het moment dat Stephen even in zijn hotel een douche ging nemen en Naveen met hem meeging, lieten – om beurten – Jeremy Bromley (m’n laatste hotelbuurman, voor Jeremy ‘woonde’ Peter daar) en Adnan Kazan weten ook naar het feest te willen gaan. Of ik ze kon waarschuwen zodra ik ging.
Op een zeker tijdstip ben ik Jeremy en Adnan op wezen trommelen. Met z’n drieën zijn we nog langs Mieke en Damian gelopen, maar Mieke was te ziek om mee te gaan. Mieke en Damian zijn ook Nederlanders en kwamen er pas laat in mijn ‘tour’ bij. Damian is van Indonesische afkomst en gaat er leuk ‘op’ als je ‘m voor een Marokkaan uitmaakt. Hij is minstens zo ‘lekker’ gebekt als ik en daar waar Adnan rust dacht te krijgen na mijn vertrek vond ik in Damian een uitmuntend plaatswaarnemer. Mieke is een heel erg leuke meid die … wie weet vertel ik later nog wel meer over haar.
Gevieren zijn we Stephen, Naveen en Viji op wezen halen (helaas kon Henry niet mee, want z’n vrouw\vriendin was ook in Shimla en had haar voet gebroken).
Gezevenen zijn we – langzaamaan, de een bleef ‘hier’ hangen, de ander raakte we ‘daar’ weer kwijt – naar het grote plein gelopen. Ik wilde eigenlijk nog een spijkerjack kopen, maar zag dat enigszins in het water vallen. Die avond was de laatste kans en we waren nu met z’n allen op stap, dan ga je geen jas meer kopen. In één of ander café daar kwamen we Harold (Noor) en de andere Jeremy (Amerikaan) tegen. "Feest georganiseerd" bleek wel een heel groot woord, want een vastomlijnde planning of bestemming was er niet. Het grootste gedeelte van de club had nog niet gegeten, dus moesten we dat maar eerst doen. "Waar gaan we eten?" "Het is Daniëls laatste avond, laat hem beslissen!" Nou, dat was dan heel snel besloten: Terug naar Willow Banks (mijn hotel) voor de Chicken Chilli Honey! Op weg daar naartoe kwam ik toch weer – voor sluitingstijd – langs de Levi’s winkel. Na veel wikken en wegen – Adnan had door dat ik in dubio verkeerde – heb ik de club doorgestuurd en ben zelf de jas gaan kopen. Aan het begin van mijn ‘tour’ was ik al bij de beste man geweest, maar had te weinig geld bij me. Ik zei hem dat ik terug zou komen, maar hij geloofde er duidelijk weinig van. Hij heeft echt z’n uiterste best gedaan om toch direct tot verkoop over te kunnen gaan, maar het mocht niet baten. Ruim 2 weken later kwam ik weer bij hem binnenlopen en hij herkende me direct! Na veel gepraat – de opdringerige spijkerbroeken vlogen me om de oren – heb ik de jas gekocht en ben weer achter de rest aangegaan. Zij waren ondertussen al bij het hotel aangekomen en stonden onder het raam van Mieke met haar te praten. Toen ik er bij kwam, raakte ik al snel met Mieke in gesprek en had ik niet door dat het gesprek eigenlijk nog alleen maar tussen haar en mij ging. "Look, Romeo & Julia" zei Stephen. "Gaat het alweer wat beter?" vroeg ik haar. "Ja, wel ietsje beter" zei ze terwijl ze met haar schouders en rug draaide. Ik vroeg of ze last had van stijve spieren en of ze een massage wilde. "Nou!, dat zou niet verkeerd zijn!" "Ik kom eraan" zei ik. Ik heb Stephen verteld wat hij moest bestellen voor mij – Chicken Chilli Honey, fried rice en een Zingaro (bier) – en ben naar boven gelopen om Mieke te masseren. Binnen een kwartier was ik weer terug daar waar ik 14 minuten daarvoor geweest was en heb van een heerlijke en gezellige maaltijd mogen genieten.
Na de maaltijd zijn we – met een steeds kleiner wordende groep – door Shimla wezen zwerven op zoek naar een leuke tent, maar dat viel echt niet mee. Eerder op de avond had ik een heel leuk Indiaas meisje ontmoet dat nog zei "Misschien zie ik je later nog in de disco". Ik wist helemaal niet dat er een disco en ik wist zeker niet dat die al om 23.00 uur dicht ging. We kwamen er op een gegeven moment achter – hoe weet ik eigenlijk niet meer – dat er in Stephens hotel (The Combermere) nog een discotheek was. Om daar binnen te komen, viel niet echt mee. Eerst moest er minimaal 500 rupees (± € 8,50) worden uitgegeven. Nou, toen Damian vier wodka-jus bestelde – we waren nog maar met z’n vieren – ging het al aardig hard. Toen moest er ineens 500 rupees per persoon besteedt worden. Nou, ik liep er al als een halfbezopen boktor rond, later we er maar in vredesnaam niet nog 400 rupees ingieten! Nieuwe gasten moesten ineens 1000 rupees betalen om alleen al naar binnen te mogen … het was een rare discotheek.
Op een bepaald moment vond ik het een uiterst geschikt moment om m’n bed op te zoeken. Ik wilde echter nog één ding weten van Stephen. "Hé Stephen, this night out is just a night out, right? If I wouldn’t be leaving tomorrow we still would be having this night out, right?" "Yes" zei Stephen, "Just a night out". "OK" zei ik en strompelde richting uitgang en mandje. Ineens stond Stephen weer naast me en riep "No you moron! This night out is because of you leaving!" "Oh …"
Ik heb die nacht heel lekker geslapen.

Cursus Nederlands

Stel je voor: Mijn leraar wilde een mini cursus Nederlands (nee, geen scheldwoorden) van mij hebben, dus ik begon ‘m het één en ander te leren. Op een gegeven moment zat hij over m’n schouder mee te kijken terwijl ik rondneusde op www.nu.nl en hij begon vervolgens op te lezen. Bij het laatste woord van de op dat moment openstaande pagina liep hij toch een acute huigverstuiking en tongverstrengeling op. Dat woord kon volgens hem geen bestaand woord zijn!
Zie http://www.nu.nl/foto_popup.jsp?p=1646071&t=Kies_en_dijbeen_van_mensaap_te_zien_in_Leiden

Wat is India en wat maakt India tot India?

India = …
Nooit heb ik iemand ontmoet die te druk was om me de weg uit te leggen, er geen zin in had of onmiddelijk schermde met het feit dat hij of zij niet van hier was. Iedereen luisterde en wilde helpen. Nooit was iemand chagrijning of kortaf. Een Indiër wil je graag van je geld afhelpen (maar dat soort figuren kennen we in Europa ook, alleen zijn ze daar nog minder herkenbaar en gaat het vaak om grotere bedragen), maar kwaad wenst men je toch echt niet toe.

India = …
Een zee van mooi geklede vrouwen! Ik heb kleurcombinaties gezien (één die me nog levendig voor ogen staat: Gifgroen met hard roze), die men op voorhand niet levensvatbaar acht. De verschillende prints zijn minstens zo mooi en niet één kledingstuk was gebleekt in de was (wat doen onze wasmiddelen dan verkeerd?). Vergeleken met de Indiase vrouwen zijn de europese vrouwen maar saai geklede mussen daar waar India barst van de paradijsvogels!

India = …
Een land van mensen die het fantastisch vinden als je een foto van hen wilt maken. Het nadeel is alleen wel dat men dan ook gelijk wil poseren. Zodoende porbeerde ik mijn foto’s toch zoveel mogelijk stiekem te maken. Dat lukte helaas niet altijd en slechts 2x heb ik de foto niet mogen maken. Eén van die keren ging de dame in kwestie na een gebarentaal discussie over een afstand van 6 meter alsnog overstag. De andere situatie was en bleef een verloren zaak.

India = …
Een land bevolkt met de grootst mogelijke smeerkezen! Al het afval gooien ze gewoon ter plekke van hen af. Ik verbaas me erover dat de Engelsen dat er schijnbaar niet in hebben weten te prenten. Ik weet zeker dat als ze hun afval ‘s wat beter gingen reguleren dat de kwaliteit van hun water ook met sprongen vooruit zou gaan. En de dag dat ze niet meer afhankelijk zijn van flessenwater zou wel ‘s de grootste overwinning ooit kunnen zijn voor India!

India = …
Een land waar men de natuur met rust laat. Het land wordt (nog) niet bevolkt door mensen die uit een overvloed aan vrije tijd de behoefte ontwikkelen om ieder stukje groen om te toveren tot een ‘natuurtuin’. De natuur is wat ze is en de dieren erin hebben ook weinig van de mensen te vrezen. De eekhoorns in The red fort in Delhi en bij de Taj Mahal in Agra lopen gewoon langs je heen. De koeien en de honden liggen daar waar het hen belieft (ik heb het engelse spreekwoord herschreven: Does an Indian dog lie where it pleases??) en trekken zich van die tweevoeters totaal niks aan. De apen begeven zich gewoon tussen het winkelende publiek en kunnen schijnbaar – na al die eeuwen – nog steeds niet genoeg krijgen van dat plaatje.
Die natuur betreft overigens ook bloedzuigers … tenminste … dat wil zeggen … nu één minder! Na een lange wandeltocht met Peter en Harald (twee Nederlanders) in de zeikende regen kwam ik weer terug in het hotel. Tegen de wens van het hotel in had ik besloten (weer) in bad te gaan. De eerste keer was na mijn reis van Delhi naar Shimla en ik was toen bijna rijp voor het chemisch afval dus was ik in bad gekropen. Het hotel heeft dat liever niet want er is de laatste tijd minder sneeuwval en dus moeten ze water aan laten leveren. Ik trok na de wandeltocht al m’n kleding uit en vond m’n linkersok toch wel verdacht bloedrood. Daar bovenop zat een bloedzuiger. Deze had door m’n sok heen gehapt en ik had er nooit ook maar iets van gevoeld. Hij had onder de flap van m’n dichtgebonden legerkist gezeten en hoe hij dat heeft kunnen overleven, snap ik nog altijd niet. Doordat hij door m’n sok heen had gebeten, kon ik ‘m simpelweg losweken door m’n sok vrij te trekken van m’n been. Al die tijd is hij rustig op m’n sok blijven zitten en heb ik ‘m uitgebreid kunnen bestuderen en fotograferen. Pas toen ik ‘m van de sok losmaakte en in de wasbak deponeerde, kwam er danig leven in het wezentje. Ineens kan hij (of zij) zich pak ‘m beet 5 keer zo lang maken en verplaatst deze zich als een spanrups. Zowel met de voor- als de achterkant kan hij zich vastzetten, maar een wasbak was toch te glad voor hem om er uit te komen. Kort daarna heb ik ‘m door de afvoer van de wasbak gespoeld.
De volgende dag trof ik ‘m naast m’n bed aan. Hij had zich over het tapijt heen verplaatst hetgeen ‘m een baard van een paar weken aan zowel kop als kont opleverde. Hij was ook duidelijk niet in z’n beste doen. Vervolgens heb ik ‘m kennis laten maken met het vloeibare element in een toiletpot. Ik heb ‘m nooit mer gezien, die bloedzuiger. Alles bij elkaar toch een fascinerend wezen. De foto is erg mooi (en bloederig) geworden.

Shimla

Shimla ligt in het noorden van India in de uitlopers van de Himalaya op zo’n 2000 meter hoogte. In Europa spreken we dan al serieus van bergen, daar zijn het nog maar slechts heuvels, want ‘iets’ verderop ligt iets dat een hoogte van 5500 meter kent. Shimla wordt ook wel ‘Queen of the hills’ genoemd en het is de plaats waar de Engelsen zich erg graag ophielden als het elders in India niet te harden was.
Zoals men in verschillende gebieden de heuvels ombouwt tot terraswerken, zo heeft men Shimla ook gebouwd: De huizen staan als een soortement terrassen op de heuvel geplaatst. Daar doorheen begeven zich de wegen als gemorste spaghetti, dan weer op- en dan weer neergaand. De hoofdstraat van Shimla heet ‘The mall’ en daar gebeurt het zo’n beetje allemaal. The mall is op zich al een aardig eind en het barst er van de winkeltjes. Dat vond men op zich nog niet voldoende dus zijn er uiteindelijk nog een ‘Lower mall’ en een ‘Lowest mall’ bijgekomen. Alles bij elkaar zijn er zo ontzettend veel winkeltjes dat je er ±2 weken voor nodig hebt om alles echt te bekijken en ik het me niet voor kan stellen dat ze er allemaal een boterham mee kunnen verdienen. Je moet overigens in die winkeltjes goed opletten met afdingen, want ze hangen allemaal zo’n beetje dezelfde mooie verhalen op: "Ik maak een mooie prijs voor je omdat … je een sympathieke kerel bent … je m’n eerste klant van vandaag bent … etc. Ik ben meermaals tot minder dan 50% van de oorspronkelijke prijs uitgekomen. Doen alsof je onvoldoende geld bij je hebt en zeggen dat je nog terugkomt (daar geloven ze geen donder van, er moet NU gehandeld worden), helpt aanzienlijk.
Mijn hotelkamer in hotel ‘Willow banks’ was zeer aangenaam. Mijn kamer (510) bevindt zich op de bovenste verdieping, direct boven de ingang. Daarmee had ik dan ook mooi zicht op ‘The mall’. Het hotel bevindt zich weer bijna aan het uiteinde van ‘The mall’ zodat het met het lawaai allemaal erg meevalt. Dat ik direct onder het dak ingekwartiert was, had soms wat ‘nare’ bijeffecten, zo wilden de apen (ja, Shimla kent apen) ‘s morgens vroeg om ± 5 uur nog wel eens achter elkaar aanjagen over het dak. Geloof me, dan zit je wel rechtop in je bed!
Het claxongedrag van de Indiër blijkt overigens besmettelijk te zijn. Daar waar de Indiërs bij daglicht met elkaar ‘communiceren’, zo menen de honden het regelmatig ‘s nachts te moeten doen.
Iedereen weet dat de koeien in India heilig zijn. Ik heb ze dan ook meermaals midden op de weg aangetroffen (er wordt niet getoeterd, men rijdt er gewoon omheen), tijdens de uitgaansavond door de mensenmassa over ‘The mall’ zien sjokken … ze komen nog net niet binnen! Voor de honden geldt min of meer hetzelfde. Ook zij mogen zich willekeurig waar ophouden, trekken zich vrijwel nergens wat van aan. Op een gegeven moment reed mijn chauffeur op ± 15 centimeter langs de kop van een op straat slapende hond langs, de hond keek niet eens op (en hij leefde echt wel). Ook de apen – er zijn 2 soorten: normale kleine bruine aapjes (ik weet niet precies welke soort het betreft) en de zogenaamde blackmouths (deze zijn een slag groter en op het gezicht na volledig grijs) worden – leven volledig verweven in de mensenwereld. De kleine soort zie je het meest en is ook het meest brutaal. Zij zitten ook rustig tijdens de uitgaansavond op een muurtje midden tussen de mensenmassa alles te bekijken, niemand valt ze lastig en zij trekken zich van niemand iets aan.

Op een zondag ben ik met een aantal studiecollega’s (Adnan en Viji om precies te zijn) de heuvel verder opgeklommen richting de ‘Monkee temple’. Het betreft meerdere tempels op de top van de heuvel waar de apen zich ook graag ophouden. De apen daarboven zijn behoorlijk leep: Ze weten de kraan te bedienen en drinken dus uit de kraan en ze weten wat handel is. Als men de tempels in wil, dient men zich te ontschoeien. Soms wordt er ineens een schoen gegijzeld door een aap en deze krijgt men niet terug voordat men iets eetbaars heeft gegeven. Het was een mooi gezicht, die aap met die schoen klemvast in z’n twee armpjes. Later – tijdens de afdaling – was ik de koekjes van Adnan aan het oppeuzelen. De een of andere aap vond schijnbaar dat dat me niet geheel goed afging en vond het nodig z’n hulp daarbij aan te bieden. Ik dacht het uiteraard zelf wel te kunnen redden, maar de aap liet zich niet van de wijs brengen. Op een gegeven moment vond hij het nodig om in mij te klimmen. Daarbij ging hij er vanuit dat ik daar dusdanig van zou schrikken dat ik onmiddelijk de koekjes zou loslaten, maar dat deed ik dus niet. Ik was er namelijk behoorlijk door verrast dat hij wel degelijk z’n nagels had gebruikt, maar me nergens op m’n lichaam krassen had bezorgd en ook m’n kleding in het geheel niet beschadigd had. Hij was echt gewoon uit op die koekjes. Even keken we elkaar verdwaasd aan: ik Was verbaasd over het feit dat zowel ik als mijn kleding nog onbeschadigd waren en hij was verbaasd omdat ik die koekjes nog steeds beet had. Iets minder enthousiast – hij was echt wel verrast – meende hij nog een poging te moeten ondernemen, maar op dat moment vlogen de koekjes al de helling af. Het waren toch niet mijn koekjes, ze waren van Adnan. "Adnan, als je nog een koekje wilt, …". Vreemd genoeg hoefde Adnan niet meer …

Op een gegeven moment heb ik nog een boze mail gestuurd aan de hoteleigenaar mbt kleine kinderen die toen de gehele avond joelend en gillend door het hotel heen raasden. Dat ging door tot ±23.00 uur en daarbij werd er ook regelmatig met deuren gesmeten. Ik had mijn email ook CC gestuurd aan bhet hoofd van het trainingscenter. Ik weet niet wat het meeste heeft bijgedragen aan de prompte opvolging – de CC aan Praveen, het feit dat het hotel al collega-studenten had zien vertrekken of de uiterst correcte formulering van mijn email – maar de volgende dag werd ik gebeld op mijn kamer. "Met de hoteleigenaar, kunnen we even met elkaar spreken?" "Ja hoor, dat kan wel. Kom ik naar beneden of u naar boven?". Hij kwam wel naar boven en seconden later kwam er een (toch wel weer imposante) Sikh door de – door mij reeds geopende – deur de kamer binnengestoven. Ik lag op bed te leren en de Sikh kwam dusdanig dicht bij mij staan, dat ik het idee kreeg dat hij me wilde overbluffen. Ik besloot dus op te staan en ineens bleek ik een kop groter te zijn. Ik heb nooit aan hem kunnen merken of dat hem van z’n stuk bracht, maar er volgde een uiterst aangenaam en correct gesprek waarbij ik alle gelijk van de wereld aan mijn zijde geschaard kreeg. "Het zal niet meer gebeuren!" Tijdens het gesprek gaf ik aan dat mijn kamer me prima bevalt op de vochtplek in de gevel na dan. De volgende dag toen ik weer in mijn kamer kwam, stond er een blower de muur te drogen. De dag erop bleek de muur overgeschilderd te zijn!

De treinreis van Delhi naar Shimla

Al vroeg in de ochtend werd ik weer opgehaald door een door Koenig geregelde taxi. Wederom had ik er – als vanzelfsprekend – geen flauw benul waar ze me heen brachten (ja inderdaad, weer twee man. Waarschijnlijk mag de ene alleen rijden en de andere alleen maar sjouwen). Ik wist wel waar ze geacht werden me heen te brengen (ja inderdaad, wat goed van je: Het treinstation), maar of ze me daar echt heen brachten … Na wat bewonderenswaardige verkeersmomenten kwamen we dan toch aan op iets dat rails en treinwagonnen (typ ‘treinwagonnen’ ’s in Word in! Die van mij komt dan ineens met suggesties uit het Zuid-Afrikaans of zo) kende. Hij sjouwen en ik erachteraan hobbelen. Het mogen dan kleine mannetjes zijn, maar – zelfs met bagage en bij 30° – weten ze er een aardig gangetje in te zetten.

Overigens … ze zijn hier niet allemaal klein. Met name de Sikhs kunnen erg imposant groot zijn (zoals Nasreddin uit Blake & Mortimer) <vast weer iets uit een stripboek>. Ik kan me heel erg goed voorstellen dat het de vijand direct dun door de broek liep als ze een bataljon Sikhs met Gurkha (schrijf ik dat zo goed?) messen op zich af zag komen. Soms wil ik ze echt wel ‘bestuderen’, maar ik betrap mezelf erop dat ik het niet echt durf, zo indrukwekkend kunnen ze zijn. Soms zijn het echte reuzen!

Dat rappe, kleine mannetje stopte op een gegeven moment voor een semi-dynamisch bord met vertrektijden. Of ik daar maar even wilde blijven en m’n ticket aan hem af wilde geven. Hij zou zo weer terug zijn. Natuurlijk moet je de nodige mensen van je afhouden die voor die arme, verluxte toerist die koffer wel naar boven willen dragen. Daar waar wij al moeite hebben met één koffer nemen zij er rustig 3 tegelijk. Voor de rest van de tijd sta je alleen maar te hopen dat dat rappe kereltje toch maar weer eventjes rap terugkomt. Aan de andere kant heb je jezelf allang een voorstelling gemaakt van de rij aan een Indiaas loket, dus kweek je maar even nog wat extra geduld. Om daar toch niet helemaal de domme toerist uit te hangen, probeer je het vertrektijden bord te ontcijferen die het afwisselend in het Hindi en Engels doet.
Hé!, daar is mijn mannetje weer! Ah, we gaan de trap op en hij sjouwt wel weer en wie ben ik dan om hem z’n naan <het Indiase equivalent van brood (al lijkt het meer op een pannekoek)> te ontnemen, zeg nou zelf! Op het juiste perron aangekomen, heb ik nog geprobeerd foto’s te maken van het volk dat zich tussen de rails verplaatste. De foto’s wilden niet echt lukken, maar u kunt het vast wel raden: Het lijkt op een muis, maar het is zeker GEEN muis.
Op het juiste tijdstip (jawel, het is schijnbaar toch mogelijk in India) kwam mijn trein het station binnengerold. Nadat we twee keer van achter naar voor en weer terug gelopen waren, kwamen we toch beiden tot de conclusie dat men een wagon tekort kwam. Natuurlijk die van mij … die met airco! Nou goed, dan moest ik maar in ‘deze’ wagon plaatsnemen. Dus ik stap in in een toch wel aangenaam rustige trein en zet me naast een oude Indiër. Aan de andere kant van het gangpad zat een Europese man met z’n Europese zoon en dochter. Waar ze vandaan kwamen, was me niet geheel duidelijk aangezien er het ene moment Frans en het volgende moment weer Engels werd gesproken. Op de bank achter hen zat een Indiase jongedame met een heel erg blanke vriend, het type Engelsman.
Zodra de trein in beweging kwam, konden we uitgebreid het toiletritueel van de gemiddelde Indiër ervaren, want ieder braakliggend terrein was omgedoopt (waarmee zullen we maar achterwege laten) tot openbaar gevoeggebied. En dat er net een trein met x-honderd man langs dendert, is schijnbaar (zowel voor hem als voor haar) totaal oninteressant. Op het eerstvolgende station werd m’n oude bankgenoot ingewisseld voor 3 jongere exemplaren (wat een deal!). Dankzij hen – en met hen een aantal anderen – ontstond er al wat meer levendigheid in de trein, maar die beroemde taferelen met mensen op het dak of hangend uit de deuren … daar kwamen we nog lang niet bij in de buurt. Dat lang bleek bij nader inzien iets te enthousiast uitgedrukt, want bij het volgende station (slechts 6 km verder, hetgeen niet direct lang is) … maar laten we niet op de zaken vooruit lopen. Mijn drie bankgenoten waren erg verbaasd me in ‘hun’ trein aan te treffen. Eén van hen wilde dan ook graag m’n kaartje zien. Als achterdochtige toerist ga je daar natuurlijk schoorvoetend in mee. Ik hoorde in een andere wagon te zitten. Ik probeerde hen uit te leggen dat die waarschijnlijk onderweg verloren was en dat de Frengelsen naast me en Miss India en haar bleekscheet er tegenover ook (niet) in hetzelfde wagonnetje <schuitje> zaten. OK, daar hadden ze vrede mee, maar kort voor het eerstvolgende station begonnen ze me duidelijk te maken dat ik misschien beter bij de Frengelsen kon gaan zitten, want het ging zo direct heel erg druk worden. Wederom – uiteraard – schoorvoetend, ben ik toen toch maar gaan verhuizen.
Slechts een paar minuten later waren we in het daaropvolgende station aangekomen en werd de trein overspoeld met en door Indiërs als was zojuist de oorlog uitgebroken en was onze trein het laatste vehikel dat de gevarenzone nog zou kunnen verlaten. Daar waar er in Nederland (en enig ander Europees land) slechts 2 mensen kunnen zitten, zaten zij desnoods met z’n vijven (maar vier was toch wel minimaal). Als het echt nodig was, gingen de heren zelfs bij elkaar op schoot zitten. Ondanks alles hadden ze er schijnbaar begrip voor dat wij – decadente Europeanen – dat niet gewend waren en hoefden wij de bank slechts met 3 man te delen. Nooit heeft iemand me gevraagd verder op te schuiven of een poging gedaan op m’n schoot te gaan zitten. De trein was onderhand echt helemaal afgeladen. Als haringen (hmm, daar moet ergens in het midden toch echt een ‘n’ tussen want anders roep ik toch wel heel vreemde beelden op) in een ton stonden ze tegen elkaar aan en ze hingen zelfs – ja, ik heb het echt meegemaakt – buitenboord. De trein was onderhand zo gevuld dat het waarnemen van enig dakvolk er helaas niet meer inzat.
Vrijwel direct kwamen er schellenkransen, tamboerijnen en liedboekjes tevoorschijn en werd er voluit gezongen door louter mannen. De leadzang werd regelmatig afgewisseld en ook in that department betrof het allen maar mannen. Het gaf zeker een heel bijzondere atmosfeer maar schellenkransen heten niet voor niets SCHELlenkransen en de ene zin Hindi lijkt sprekend (of zingend) op de andere. Daarbij komt dat de liederen gekenmerkt werden door een heel bijzondere lengte en eentonigheid. Het is mij eigenlijk nooit duidelijk geworden of de betreffende liederen religieus getint waren of niet. Ik moet toegeven dat ik het achteraf beter kon waarderen dan op dat moment. Naar mate we vorderden op onze reis veranderde het zangkoor van samenstelling en ook de orkestbak werd regelmatig gereorganiseerd. De tamboerijn (die kon ik nog het beste velen) verdween – uiteraard – als eerste. Ook de liedboekjes verstrekker moest op een gegeven moment verstek laten gaan, maar het repertoire werd er noch beter, noch minder door. Langzaamaan moest de muziek toch steeds meer gaan wijken voor het kaartspel. Ik heb geprobeerd te begrijpen wat ze speelden zodat ik mee kon doen, maar zelfs een scheepstros was er niet aan vast te knopen.

Kort voor Kalka – ons overstap station – begon het verlossend te regenen. Alles koelde er heerlijk door af en voor het eerst sinds die ochtend werden we ‘s niet nat van onszelf. Eén van m’n nieuwe collega’s vertelde me in Nederland al dat hij in Kalka – zoals gebruikelijk bij Koenig – werd opgewacht door een Indiër. Deze zei alleen maar “Koenig?” in zijn richting en ging er – zodra er bevestigend op werd gereageerd – met z’n koffer vandoor. M’n collega dacht ter plekke bestolen te worden en ging er dus als een haas achteraan. Met handen en voeten heeft de rappe Indiër (vast een neefje van) hem uit weten te leggen dat hij ‘m alleen maar in de andere trein ging plaatsen. Mocht mij hetzelfde overkomen, adviseerde mijn collega me de neiging tot het uitdelen van een low-kick of het uitvoeren van een tackle te onderdrukken en er gewoon achteraan te hobbelen.
Ook al had niemand nog een droge draad aan z’n lijf, toch had men geen zin om in de regen te lopen. Massaal verplaatste men zich door de trein heen richting locomotief. Ter hoogte van de overkoepeling achtte men het veilig om uit te stappen. Mogelijk dat ik daardoor – of door het feit dat ik samen met de Frengelsen, Miss India en de bleekscheet (die Tom bleek te heten) uitstapte en dus duidelijk niet alleen reisde – of door het feit dat ‘mijn’ wagon schitterde door afwezigheid – nooit ‘mijn’ Kalka Indiër heb getroffen. Ik zag in gedachten al een paniekerige Koenig medewerker voor me die het perron op een neer rende op zoek naar een Europeaan die toch garant moest staan voor een redelijke portie naan. Met enige zichtbare voorpret in mijn ogen heb ik het station gescand maar de Indiër uit mijn gedachten was niet waar te nemen (hoe scherp ziet men eigenlijk nog met voorpret in de ogen?).

Nadat we enige versnaperingen hadden ingeslagen (totaal overbodig bleek later want er was onderweg meer dan genoeg te krijgen), was het tijd om ons treintje op te zoeken. Dat tje achter trein was zeer terecht, want het was dan wel geen (ja, wel geen) H0 <schaal indicatie bij modelspoorbanen> maar veel meer dan H1 of H2 kan het toch echt niet geweest zijn. Ervoor bevond zich een uiterst schattig diesel locje en al met al zag het geheel er erg lief uit. Nadat iedereen z’n plek gevonden had – hetgeen het nodige aan gereorganiseer met zich mee bracht want natuurlijk wilden de Europeanen (Miss India, Tom en schrijvende. De Frengelsen zaten elders) weer samenhokken en de Indiërs gewoon hun eigen plek – kon de reis beginnen. Ons Europese eilandje in den vreemde werd nog versterkt door 2 Engelse dames. Ik kan niet zo heel veel vertellen over die treinreis want het is gewoon niet in woorden uit te drukken. Het was m’n allermooiste treinreis ooit, de stationnetjes waren stuk voor stuk ronduit schilderachtig en uniek, de omgeving is fantastisch en ook de mensen aan boord waren allemaal tof! Het traject wordt gekenmerkt door 810 bruggen en 106 tunnels (nee, ik heb ze niet zelf geteld, dat had oompje spoorwegmagnaat al laten doen voor me). Ik heb aan alle zijden uit de trein gehangen om foto’s te kunnen maken, onder andere van de Frengelsen die twee wagonnen verderop ook als een jonge teckel uit een raampje of een deur van de trein hingen. De reis op zich duurde net zolang als de gehele vlucht naar India, maar dat mocht de pret zeker niet drukken. Alleen al die treinreis was de vliegreis waard! Tijdens die rit heb ik de nodige Indiërs mogen fotograferen: Een oude baas en z’n dochter, 3 militairen, 3 bedelaars en menige vrouw met of zonder kind. Ook wilden er mensen (waar ik gedurende de reis mee in contact gekomen was) met mij op de foto. Verder heb ik nog contact gemaakt met een aantal lokale jongeren die het in eerste instantie uiterst hilarisch vonden dat ik iedereen die we passeerden, begroette. De passanten vonden dat daarentegen stuk voor stuk fantastisch. Later pas vermoedde ik dat de hilariteit enerzijds en de waardering anderzijds beide mogelijk het gevolg waren van het Indiase kaste stelsel. Mogelijk begroet men mensen van een lagere kaste niet. Later heb ik toch erg leuk contact gekregen met diezelfde jongeren en op ieder stationnetje vonden zij dat ik weer moest proeven van de lokale snacks die ze voor zichzelf hadden aangeschaft.

Twee dagen nadat ik die rit maakte, werd het traject opgenomen op de wereld erfgoed lijst. Of mijn aanwezigheid op dat traject kort ervoor nog enig effect daarin heeft gehad, vertelde het verhaal verder niet. Ik heb al m’n studiegenoten laten beloven dat ze de terugweg naar Delhi per trein zouden doen! Mijn terugreis gaat absoluut 200% zeker weten weer per diezelfde trein!

New Delhi

Na een nacht die me meer rust had gebracht dan dat ik op voorhand had verwacht, stond ik er de volgende ochtend alweer ongeduldig, nieuwsgierig en toch ook licht nerveus naast. Ontbijten bleek alleen maar op m’n kamer te kunnen … nou, geen probleem! Vanaf het eerste moment dat ik m’n kamer uitkwam, kreeg ik direct een knal voor m’n harses qua temperatuur! De tweede keer was gelukkig een stuk beter te verwerken. Na – al ontbijtend – nog wat genoten te hebben van de wonderbaarlijk goed verlopende doch ongeorganiseerde chaos (ja pa, ik weet het, het is dubbel-op maar beter weet ik het niet uit te drukken) op het kruispunt voor het hotel, werd ik gebeld aangezien mijn taxi gearriveerd was. Deze was er iets vroeger dan dat ik hem verwachtte. Deze taxi was door het opleidingsinstituut (Koenig) geregeld en ik hoefde alleen nog maar in te stappen en me door New Delhi te laten voeren. De chauffeur sprak echter geen enkel woord Engels en snapte van de naam Koenig ook helemaal niets. Hij vroeg me een paar iets over een ‘guide’ en ‘no guide?’, maar wat hij nou exact bedoelde, was me nog steeds niet duidelijk. Op een gegeven moment ben ik dan toch maar weer uitgestapt (we waren nog niet vertrokken). Na nog wat gehannes en gebel haalde de chauffeur een briefje uit zijn zak waar mijn voornaam op stond gekrabbeld. Hmmm, er zullen hier waarschijnlijk niet al teveel Daniëls in hetzelfde hotel verblijven, dan klopt het schijnbaar toch?!

Afijn, we stortten ons in het machinale strijdgewoel om Delhi te gaan verkennen. Hoe dat moest gaan verlopen met mijn in het Engels ongeletterde chauffeur was me een raadsel. Kort na ons vertrek ging het mobieltje van m’n chauffeur over, werd er het één en ander heen en weer gebrabbeld (Hindi is een heel ander soort ‘buitenlands’ dan dat we eigenlijk gewend zijn. Als je een Afghaan hoort praten, heb je het idee dat hij alleen maar probeert z’n keel schoon te g-g-g-g-en. Een paki is al bijna niet anders, maar Hindi is zacht en echt een taal van de tong. Het verraste me toch enigszins.) en hij begon weer over die ‘guide’ en maakte een 180° turn op de rotonde. Blijkbaar sloeg hij vervolgens te vroeg weer rechtsaf, want die 180° turn hebben we nog een keer gemaakt (en hij leek me niet het type dat zoiets gewoon uit balorigheid doet). Na nog een keer – nu iets verderop – rechtsaf geslagen te zijn, parkeerde hij de auto half voor een bushalte bij een metrostation. Die plek was volgens een aantal voetgangers niet zo handig gekozen, want dat was de enige keer dat ik in India verkeersirritatie heb mogen waarnemen. Zeg nou zelf, hoe kan je in vredesnaam een rijdende bus ont- of bestijgen bij de bushalte als er een in licentie gebouwd Japans hok de zaak staat te blokkeren??? Niet veel later wees m’n taxichauffeur langs me heen door de achterruit naar een groep mensen en probeerde me duidelijk te maken dat mijn gids voor die dag daar tussen zat. Nadat er nog een Indiër – gelukkig een zeer goed Engels geletterde – in de auto stapte, werd de tour hervat. Deze bracht me onder andere langs een groot beeld van de aapgod Hanuman en vond werkelijk een aanvang bij ‘The red fort‘. Dit fort heet zo omdat het uit een uiterst rood gesteente werd opgetrokken. Jaarlijks spreekt de premier van India vanaf die plek het volk toe op DE Indische feestdag (15 augustus). Zodoende wordt het dus ook keurig onderhouden en zie je er mensen aan het werk … op stellages waarvan je had durven zweren dat ze niet meer bestonden op aarde. Bamboestokken die aan elkaar gebonden een soort wandrek (je weet wel, zoals in de gymzaal) vormen en daar klimt men dan met weet ik veel wat voor lading of gereedschap op en af. Ik kreeg toch even een paar Indiana Jones beelden voor ogen.
In het rode fort staat een aantal paleizen (het ene nog mooier dan het andere. Letterlijk want ze heten allemaal ‘nogwat Mahal’. Mahal betekent paleis en het ‘nogwat’ geeft aan dat deze nog beter en mooier is dan de vorige. Zo betekent ‘Taj Mahal’ letterlijk ‘kroon der paleizen’.) namelijk de Mumtaz Mahal, de Rang Mahal en de Khas Mahal. Deze paleizen werden helaas nogal oneerbiedig behandeld door de Engelsen. Zo hadden ze in het vrouwenpaleis (met z’n zeer mooie plafond) de keuken geplaatst (zodat er van dat mooie plafond maar bar weinig overbleef). Andere pleizen werden volledig ontdaan van waardevolle materialen. Daarnaast hebben de Engelsen er officieren kwartieren gebouwd die er – vanuit architectonisch oogpunt bezien – toch best wel mochten wezen. De lokatie is uiteraard uiterst oneerbiedig en derhalve hadden de Indiërs er dan ook niet veel mee op. Zoals ze er nu bijstaan, doet het pijn aan de ogen, maar gelukkig hebben de Indiërs nu dan toch besloten om ze weer in ere te herstellen en er een museum in onder te brengen. Die watertoren die er ook nog staat, is als een wrat op de wang van Miss Universe. Later ben ik ook nog het wapenmuseum van het rode fort wezen bekijken. Mijn gids (Jessie als men het uitspreekbaar wenste te houden) ging echter niet mee, maar zou op me wachten. Ik dacht eerst dat hij het al duizend keer gezien zou hebben, maar achteraf denk ik dat het toch echt meer van doen had met de temperatuur in het museum. Ik was dan ook heeeeel blij te mogen ontdekken dat ik geen aansteller was en dat de gemiddelde Indiër het toch ook wel heel erg warm vond. In het museum viel het me op dat ik al eerder (en nu weer) 2 mannen hand-in-hand zag lopen terwijl ik toch echt niet het gevoel had dat ze homo waren. Jessie legde me later uit dat zoiets normaal is onder Indiërs, als men elkaar graag mag (ook mannen onderling), loopt men hand-in-hand of met een hand op de schouder. Al met al moet ik concluderen dat de Indiërs – zeker gezien de regio – een behoorlijk vrijdenkend volk zijn. Mannen hand-in-hand, vrouwen ongesluierd en aan het werk, zelfs in het leger. Daar kunnen hele volkeren nog wat van leren! Het enige waar de Indiërs wel nog steeds heel ouderwets en krampachtig aan vast houden, is het kaste stelsel, erg jammer!

Na het rode fort hebben we 2 riksja’s gehuurd en hebben we (Jessie en ik) ons door de meest onmogelijke steegjes van Old Delhi laten vervoeren. Duizenden winkeltjes met stoffen, noten, rijst, knopen, boeken … gewoonweg alles! Als je echt alle winkeltjes wilt bekijken, heb je er – schat ik zo – minstens 2 weken voor nodig! Er was meestal nauwelijks voldoende ruimte voor voetgangers, maar die riksja’s wisten ze er ook nog wel doorheen te persen. Daar waar een Europeaan naar z’n voorhoofd zou hebben gewezen, je van alles toegewenst zou hebben of je misschien zelfs wel van je fiets afgetrokken zou hebben, hadden de Indiërs er vrede mee.
Ik kan me een verhaal van Asterix herinneren waarbij er sprake was van een Gallische stad waarin de Romeinen hopeloos verdwaalden. Ik denk dat de Engelsen destijds al aan de ingang zich jankend op hun knieën hebben laten zakken. Ik heb er absoluut geen richtingsgevoel bij kunnen behouden en ook het oppervlak van het geheel is me volledig duister. Halverwege hebben Jessie en ik nog even van riksja gewisseld want die van mij had een dak dat overduidelijk bedacht was voor het onderbrengen van Aziaten.
Recentelijk ging er een foto rond op het internet met daarop een elektrisch knooppunt in een Indische wijk … nou, ze bestaan echt, ik heb ze met m’n eigen ogen gezien! Je houdt het niet voor mogelijk, de nachtmerrie van een elektricien!
Na de wirwar van de Old Delhi steegjes kwamen we bij een moskee aan. Daar moeten natuurlijk de schoenen uit. Het was uiterst vermakelijk om daar een zee van schoenen en sandalen met daartussen één paar cowboylaarzen te zien.
Na – in m’n eentje – de moskee bezichtigd te hebben, dook m’n taxi chauffeur ineens weer op en gingen we richting lunch. Jessie wist een erg goed Indisch restaurant waarvan hij overtuigd was dat ik het zou waarderen. Ik was er niet geheel gerust op aangezien mijn studentengids (verstrekt door Koenig) me adviseerde de eerste dagen niet meteen aan het Indische eten te gaan. Jessie was echter erg overtuigend en had nog nooit klachten gehad, dus …. Ik weet eigenlijk niet meer waar hij me nou mee naar toe nam (stom, wie weet kom ik nog eens in Delhi) maar het was een soortement afgelegen, klein winkelcentrumpje waar IK in ieder geval nooit een goed Indisch restaurant zou verwachten. Jessie kende er de mensen (natuurlijk) en wist me ook te vertellen dat ik beter niet van de kaart kon bestellen, want dat werd dan alleen maar duurder. Jessie heeft toen gewoon ‘iets’ besteld en  vervolgens verscheen er van alles op tafel. Nou, hij had niet één woord teveel gezegd, het was werkelijk een uitmuntende maaltijd! Ik vroeg Jessie nog of de taxi-chauffeur niet ook moest eten. "Dat is hij nu aan het doen" luidde het antwoord. "Waarom eet hij dan niet met ons mee? Ik vind het prima als hij mee eet." "Als ik ‘m zou vragen om met ons mee te eten, zou hij zich uiterst ongemakkelijk voelen tegenover u. Hij komt uit een lager milieu en zou zich niet op z’n plek voelen." "Dus ik zou hem er geen plezier mee doen?" "Nee, u zou hem er zeker geen plezier mee doen." Misschien dat ik het kaste stelsel niet echt snap of dat Jessie maar wat op hing, maar ik heb het er maar bij gelaten.
Ik verbaasde me er ook over dat er twee man nodig is om  mij de stad te laten zien, waarom zou Jessie mij niet kunnen rondrijden? Jessie wist me te vertellen dat hij wettelijk gezien gids mag zijn en dat de taxi-chauffeur taxi-chauffeur mag zijn en dat is het dan. Jessie mag niet (ook) taxi-chauffeur zijn. Op dat moment was me ook direct duidelijk waarom er zo weinig snel regereld kan worden in dit land, want voor ieder apart ‘vakgebied’ moet weer een andere persoon komen. Soms zag ik mensen langs de weg ‘iets doen’ en verbaasde ik me erover hoeveel mensen daar voor nodig waren … hence!

Na de lunch zijn we nog naar het graf van Mahatma Gandhi (iedere Indiër gaat er heen als hij of zij in Delhi is) en de India gate (een soort Arc de Triomphe, maar dan van een ieieiets groter kaliber. De Arc de Triomphe is er ‘aardig’ bij vergeleken.), het parlementsgebouw en het verblijf van de premier van India geweest. Ook maakte we nog een tussenstop – op mijn verzoek – bij een Sikh tempel. Terwijl ik een aantal foto’s aan het maken was, kwamen er – vanzelfsprekend – een aantal verkooplui op me af die ik al direct op afstand begon te houden. Eén van hen had postzegels en ik weet niet wat allemaal meer van India. "Hé, wat heeft hij daar? Dat is misschien wel wat voor …."

— Geachte lezer, vergeef ons s.v.p. deze onderbreking maar er dient even een noot van de redactie geplaatst te worden. Om cadeautechnische redenen kunnen we u hier niet vertellen wat de hoofdpersoon uit dit reisverslag op dat moment waarnam, we willen het verrassingseffect bij het geven – te zijnertijd in Nederland – niet verloren laten gaan. We zullen het verhaal hervatten op een ‘veilig’ punt. —

Ik liet het aan Jessie zien en hij zei dat het er wel echt uitzag, maar dat was altijd erg moeilijk te controleren bij dergelijke zaken. Om een lang verhaal kort te maken (niet te kort!): De handelaar wilde er (omgerekend) € 30,- voor hebben. Dat vond ik toch wel wat veel en na veel gehannes en gedoe (doen alsof je weer in de auto stapt en er weer vandoor gaat, helpt) heb ik het ‘item’ voor € 10,- aan weten te schaffen.

Daarna heeft Jessie me meegenomen naar – wat hij noemde – de echte handwerklui van New Delhi. Daartoe werd ik naar een gebouw geloodst waar vele soorten handwerkvaardigheden bij elkaar waren ondergebracht. Ik had op voorhand al het idee dat Jessie al z’n toeristen er heen zou brengen, maar ik kon niet echt een blik van herkenning of ‘ongewoon’ vriendelijke begroeting ontdekken. Beneden zat een tapijt afdeling en daar begon ‘de tour’, ik werd er met een kop thee ontvangen. Ik moet eerlijk toegeven dat ze gruwelijk mooie tapijten hadden en even stond ik te overwegen om Shirah’s (zijn zus) eerdere misfortune op hetzelfde vlak recht te breiën (haken, knopen, whatever). Op een gegeven moment heb je zulke gruwelijk mooie tapijten getoond gekregen dat je er zelf minimaal één mee wilt nemen. Je weet absoluut nog niet waar je deze dan moet laten, maar dat zien we dan wel weer! "Maar wacht!, hoe ga ik dat in vredesnaam meenemen?". Geen probleem, want vervolgens lieten ze mij zien dat ze ‘m uiterst klein konden verpakken. Het beautycase formaat, zeg maar. Hmmm, twijfel, twijfel … en toen maakte de verkoper een domme fout!
"Do you know which one you want to buy?"
"IF I am gonna buy one, I defenitely, most certainly know which one!"
"So … when you are in doubt, you ARE gonna buy one!"
FOUT! Hij zette me onder druk … en dat is het laatste dat men bij mij moet doen als men iets van me gedaan wil krijgen (voor sommige lezers onder u is dat ongetwijfeld oud nieuws en hebben ze allang een andere manier gevonden om me toch te kunnen sturen). Hoe dan ook, de tapijtverkoper was een klant kwijt en tussen de regels door kon je wel lezen dat hij daar van baalde al liet hij het niet echt blijken. Vervolgens kwam ik in contact met de meest mooie en vriendelijke vrouwelijke pitbull die ik ooit heb meegemaakt. Ze was ergens in de vijftig, maar erg mooi voor haar leeftijd en ze had me een paar ogen! Je zou haar on the spot ten huwelijk willen vragen! Ze is met mee meegelopen van de sjalen naar de bedspreiën, naar de shirts, overhemden en andere kledingstukken. Alles werd met de meest mogelijke vriendelijkheid en bereidheid getoond en uitgestald. Bijna had ik een traditioneel, wit mannenkostuum gekocht, maar ik zag het mezelf niet zo heel erg vaak dragen in Nederland. "Maar je zei toch dat je morgen met de trein naar Shimla gaat?"
"Ja, dat klopt."
"In de trein kan het erg warm zijn en dan is een dergelijk kostuum erg fijn en koel."
"Maar hoe zou de gemiddelde Indiër naar me kijken dan?"
"Ze zouden het fantastisch vinden!"
Op dat moment had ik daar zo m’n twijfels bij, maar inmiddels weet ik dat ze dat inderdaad fantastisch zouden hebben gevonden. Ook heb ik nog staan twijfelen bij een paar overhemden en t-shirts, maar ook daar heb ik niet direct een beslissing genomen.

Boven waren de houtsnijwerken, de marmer inlegsels, de kruiden- en theeshop gehuisvest en ze hadden er zelfs oude Indiase voordeuren staan. Jeetje, wat waren die mooi! Even wenste ik vurig dat een dergelijke voordeur in mijn huis zou passen, maar kortstondig aan de opstuurkosten denken, bracht me resoluut weer met beide voeten terug op aarde. Ha!, blij dat het niet past!
Weer terug op weg naar de taxi moest het pand in tegensgestelde richting worden doorlopen. Vanzelfsprekend kwam ik Miss Lovely Pitbull weer tegen en ze wilde het toch nog even met me over de t-shirst en overhemden hebben. Ik had zelf echter al besloten dat ik geen t-shirt wilde nemen aangezien ik thuis recentelijk m’n was enigszins had opgeruimd (jaha!) en tot de ontdekking kwam dat ik zelf een bescheiden t-shirt winkeltje zou kunnen bevoorraden. Een overhemd daarentegen … zou het wel met zekerheid mijn maat zijn? Hmm, dan moet je passen … maar dat na een dag Delhi! Ik voelde me te vies om wat dan ook maar uit en\of aan te doen zonder dat er tussen de beide acties een douche ingecalculeerd was. Ach, ik koop er gewoon één en als die niet blijkt te passen, geef ik ‘m weer weg. Uiteindelijk heb ik inderdaad één overhemd gekocht dat vanuit het ene gezichtspunt lichtblauw is maar vanuit een ander gezichtspunt er een paarse gloed overheen heeft liggen. Aan de t-shirts heb ik weten te weerstaan al werden ze wel steeds goedkoper. Daarna liet Miss Lovely Pitbull weer los en mocht ik het pand weer verlaten.
Daarmee was de tour tot een einde gekomen en werd ik weer bij m’n hotel afgezet. Al met al een ontzettend geslaagde, maar zeer vermoeiende dag geweest. Ik had een leuke en goede taxi-chauffeur en een kanjer van een gids. Hij vond mij ook een gezellige ‘lading’ want ik wilde veel weten en wist ook al best veel. Ik had ook erg goed mijn ogen open volgens hem. Hij gaf echter ook eerlijk toe dat als ik een klote-toerist zou zijn dat hij me dat dan nooit eerlijk gezegd zou hebben.

Delhi was leuk!

P.S. 1  Iedere keer dat ik weer tegen het (ene, niet die andere. De andere zit in de voet van de ene verwerkt) symbool van India aankijk, heb ik toch het idee naar een Perzisch ontwerp te kijken. "Wat u, Tom Poes?"

P.S. 2  Tijdens mijn tour door Delhi heb ik een belangrijk autotechnisch vraagstuk waar ik al enige tijd mee worstel, opgelost zien worden. Ik had nooit verwacht dat het antwoord pas op mijn huidige leeftijd en in India voor mij ontrafeld zou worden.
Het vraagstuk luidt: Wat is het voordeel van een driewielig gemotoriseerd voertuig t.o.v. een vierwieler?
Het antwoord luidt: Een driewieler is gemakkelijker te kantelen! Dat wil zeggen, vervolgens zet je er een stok onder en kan je er met z’n tweeën heerlijk onder gaan zitten sleutelen aan de kant van de weg!

De vlucht

Ik werd per trein (Ineens wist ik weer waarom ik niet zo graag met de trein reis in de spits. Iedereen zit domweg voor zich uit te staren, er is totaal geen communicatie. Op zo’n moment denk ik gelijk weer terug aan mijn treinreizen naar Scherpenzeel waarbij ik o.a. Mark heb leren kennen. Twee kerels die op elk willekeurig moment van de dag blaken van de energie en de meest (on)mogelijke gesprekken begonnen.) naar Schiphol gebracht door mijn moeder.
Aldaar trof ik vervolgens mijn baas René en m’n zus. We zijn nog even koffie gaan drinken en aan het tafeltje naast ons zat een toch wel behoorlijk apetijtelijke dame. René zei nog "Katja, mijn vriendin". Ik snapte op dat moment niet helemaal wat René bedoelde maar de achternaam "Schuurman" schoot me wel direct te binnen.
Later – ik stond te wachten om aan boord te kunnen gaan – kwam ik weer diezelfde dame tegen met dezelfde groep mannen om haar heen. Zij was wel heel druk bezig mooi en lekker te zijn, eigenlijk gewoon een beetje teveel. Tijdens het lezen van de krant in het vliegtuig kwam ik een foto tegen van Birgit Schuurman en toen wist ik het zeker: Katja Schuurman zat bij mij in het vliegtuig (niet dat ik daar echt warm van werd). Alles bij elkaar vond ik haar maar een arrogant, kijk-mij-’s-mooi-zijn wicht. In de rij voor de Indiase douane heb ik er toch nog even aangesproken. Nee, niet om haar om een handtekening te vragen maar om haar te melden dat het etiket (ingenaaid in de rug) van haar vest op een opvallende wijze door haar vest heen zichtbaar was.

Toen ik instapte – als één van de laatsten – keek ik boven op een hoofd met een zeer weelderige bos blonde krullen die zich naast mijn zitplaats bevond. Waarom weet ik nog steeds niet, maar ik associeerde dat onmiddelijk met een stevige brede kerel en zag me al helemaal klem zitten in m’n stoel. Gelukkig bleek het een (zeker niet kleine, maar ook niet direct brede) leuke en gezellige jonge vrouw te zijn. We vliegen toevallig ook weer op exact dezelfde datum terug, dus dan treffen we elkaar weer.

Ik schat dat ±98% van de vlucht onbewolkt was. Daar ik aan het raam zat, heb ik me dan ook een half verkrampte nek gekeken aan wat er onder ons doorschoof. Zo heb ik een duidelijk verschil waar kunnen nemen tussen de West- en de Oost-Europese akkers, de Zwarte en de Kaspische zee heel mooi kunnen zien en heb op een – gelukkig – passieve manier de ruigheid en verlatenheid van Afghanistan mogen beleven.

Vervolgens land je in New Delhi en daar is het om 22.00 uur lokale tijd nog altijd 33°C! Je stapt het vliegtuig uit en denkt: "Dat valt nog best mee!". Je stapt het vliegveld binnen en denkt: "Dat valt nog best mee!". Je stapt vervolgens de luchthaven uit, de buitenlucht in en loopt naar je taxi en je denkt nog maar één ding: "Damn!".

Het Delhi verkeer viel om die tijd van de dag toch wel heel erg mee (al had men me verteld dat het ‘s avonds net zo chaotisch zou zijn als overdag). Een aantal zaken vallen direct op in het Delhi verkeer:

  • Verlichting is onzin en men kan makkelijk zonder.
  • Buitenspiegels zijn domme Europese dingen, die worden er toch alleen maar afgereden dus kan je net zo goed naar binnen klappen.
  • Knipperlichten zijn bedoeld om aan te geven aan welke kant je gepasseerd wenst te worden (want dat gaat uiteraard net zo makkelijk aan de linker- als aan de rechterkant).
  • De toeter is het belangrijkste onderdeel van de auto, zonder toeter kan je niet rijden. De toeter is bedoeld om aan te geven "Ik ben hier! Hoor je het? Ik zit links van je en ik kom ook langs die zijde langs je heen".
  • Als je een uitrit uitkomt en je wil aan de andere zijde van de weg verder en je kunt niet ter plekke oversteken naar de andere weghelft, rij je toch gewoon even een stukje tegen het verkeer in totdat je wel over kunt steken?
  • Een auto is een gebruiksvoorwerp. Dat wil zeggen dat als je je auto stilzet bij het stoplicht en er vervolgens een scooter komt aangeschoven die het niet allemaal meer kan beremmen en achterop je auto klapt, kijk je slechts semi-geïnteresseerd in je binnenspiegel en daar blijft het bij.

Na wat routes door minder vrolijkmakende wijken (ik vond ze minder vrolijkmakend, maar ik denk dat er (berg)stammen Indiërs zijn die er erg graag zouden willen wonen) word ik uiteindelijk voor m’n hotel afgezet. Deze bevindt zich op een hoek van een heel erg drukke straat en je vraagt je onmiddelijk af of het slapen wel zal gaan lukken. De hotelkamer blijkt picobello te zijn en een deurbel te hebben. Dat had ik nog niet eerder meegemaakt, maar pas later besefte ik me dat zo’n bel toch wel erg prettig kan zijn als men een ventilator en\of een airco aan heeft staan. Niet dat in Delhi je roomservice bestelling zo heel snel afkoelt, maar toch …
De nachten in Delhi heb ik toch wel doorgebracht met de airco of de ventilator aan. Deze overstemde daarmee het verkeer wel weer redelijk, maar aan die toeters was ik toch nog niet echt gewend. Pas de volgende ochtend besefte ik me dat hoog boven mij – en mijn kamer was al op de 2e verdieping – een metrobaan liep. Die dag vertelde m’n Delhi gids – Jessie (kortweg en uitspreekbaar) – me dat die metrobaan gloednieuw is. De 2e nacht heb ik me erop geconcentreerd, maar ik heb nooit het passeren van een metro kunnen waarnemen (en ze reden toch echt wel). Wat een staaltje techniek! Van die kruising + metrobaan heb ik nog een aantal fraaie foto’s kunnen maken, zowel bij dag als bij nacht.