Na een nacht die me meer rust had gebracht dan dat ik op voorhand had verwacht, stond ik er de volgende ochtend alweer ongeduldig, nieuwsgierig en toch ook licht nerveus naast. Ontbijten bleek alleen maar op m’n kamer te kunnen … nou, geen probleem! Vanaf het eerste moment dat ik m’n kamer uitkwam, kreeg ik direct een knal voor m’n harses qua temperatuur! De tweede keer was gelukkig een stuk beter te verwerken. Na – al ontbijtend – nog wat genoten te hebben van de wonderbaarlijk goed verlopende doch ongeorganiseerde chaos (ja pa, ik weet het, het is dubbel-op maar beter weet ik het niet uit te drukken) op het kruispunt voor het hotel, werd ik gebeld aangezien mijn taxi gearriveerd was. Deze was er iets vroeger dan dat ik hem verwachtte. Deze taxi was door het opleidingsinstituut (Koenig) geregeld en ik hoefde alleen nog maar in te stappen en me door New Delhi te laten voeren. De chauffeur sprak echter geen enkel woord Engels en snapte van de naam Koenig ook helemaal niets. Hij vroeg me een paar iets over een ‘guide’ en ‘no guide?’, maar wat hij nou exact bedoelde, was me nog steeds niet duidelijk. Op een gegeven moment ben ik dan toch maar weer uitgestapt (we waren nog niet vertrokken). Na nog wat gehannes en gebel haalde de chauffeur een briefje uit zijn zak waar mijn voornaam op stond gekrabbeld. Hmmm, er zullen hier waarschijnlijk niet al teveel Daniëls in hetzelfde hotel verblijven, dan klopt het schijnbaar toch?!
Afijn, we stortten ons in het machinale strijdgewoel om Delhi te gaan verkennen. Hoe dat moest gaan verlopen met mijn in het Engels ongeletterde chauffeur was me een raadsel. Kort na ons vertrek ging het mobieltje van m’n chauffeur over, werd er het één en ander heen en weer gebrabbeld (Hindi is een heel ander soort ‘buitenlands’ dan dat we eigenlijk gewend zijn. Als je een Afghaan hoort praten, heb je het idee dat hij alleen maar probeert z’n keel schoon te g-g-g-g-en. Een paki is al bijna niet anders, maar Hindi is zacht en echt een taal van de tong. Het verraste me toch enigszins.) en hij begon weer over die ‘guide’ en maakte een 180° turn op de rotonde. Blijkbaar sloeg hij vervolgens te vroeg weer rechtsaf, want die 180° turn hebben we nog een keer gemaakt (en hij leek me niet het type dat zoiets gewoon uit balorigheid doet). Na nog een keer – nu iets verderop – rechtsaf geslagen te zijn, parkeerde hij de auto half voor een bushalte bij een metrostation. Die plek was volgens een aantal voetgangers niet zo handig gekozen, want dat was de enige keer dat ik in India verkeersirritatie heb mogen waarnemen. Zeg nou zelf, hoe kan je in vredesnaam een rijdende bus ont- of bestijgen bij de bushalte als er een in licentie gebouwd Japans hok de zaak staat te blokkeren??? Niet veel later wees m’n taxichauffeur langs me heen door de achterruit naar een groep mensen en probeerde me duidelijk te maken dat mijn gids voor die dag daar tussen zat. Nadat er nog een Indiër – gelukkig een zeer goed Engels geletterde – in de auto stapte, werd de tour hervat. Deze bracht me onder andere langs een groot beeld van de aapgod Hanuman en vond werkelijk een aanvang bij ‘The red fort‘. Dit fort heet zo omdat het uit een uiterst rood gesteente werd opgetrokken. Jaarlijks spreekt de premier van India vanaf die plek het volk toe op DE Indische feestdag (15 augustus). Zodoende wordt het dus ook keurig onderhouden en zie je er mensen aan het werk … op stellages waarvan je had durven zweren dat ze niet meer bestonden op aarde. Bamboestokken die aan elkaar gebonden een soort wandrek (je weet wel, zoals in de gymzaal) vormen en daar klimt men dan met weet ik veel wat voor lading of gereedschap op en af. Ik kreeg toch even een paar Indiana Jones beelden voor ogen.
In het rode fort staat een aantal paleizen (het ene nog mooier dan het andere. Letterlijk want ze heten allemaal ‘nogwat Mahal’. Mahal betekent paleis en het ‘nogwat’ geeft aan dat deze nog beter en mooier is dan de vorige. Zo betekent ‘Taj Mahal’ letterlijk ‘kroon der paleizen’.) namelijk de Mumtaz Mahal, de Rang Mahal en de Khas Mahal. Deze paleizen werden helaas nogal oneerbiedig behandeld door de Engelsen. Zo hadden ze in het vrouwenpaleis (met z’n zeer mooie plafond) de keuken geplaatst (zodat er van dat mooie plafond maar bar weinig overbleef). Andere pleizen werden volledig ontdaan van waardevolle materialen. Daarnaast hebben de Engelsen er officieren kwartieren gebouwd die er – vanuit architectonisch oogpunt bezien – toch best wel mochten wezen. De lokatie is uiteraard uiterst oneerbiedig en derhalve hadden de Indiërs er dan ook niet veel mee op. Zoals ze er nu bijstaan, doet het pijn aan de ogen, maar gelukkig hebben de Indiërs nu dan toch besloten om ze weer in ere te herstellen en er een museum in onder te brengen. Die watertoren die er ook nog staat, is als een wrat op de wang van Miss Universe. Later ben ik ook nog het wapenmuseum van het rode fort wezen bekijken. Mijn gids (Jessie als men het uitspreekbaar wenste te houden) ging echter niet mee, maar zou op me wachten. Ik dacht eerst dat hij het al duizend keer gezien zou hebben, maar achteraf denk ik dat het toch echt meer van doen had met de temperatuur in het museum. Ik was dan ook heeeeel blij te mogen ontdekken dat ik geen aansteller was en dat de gemiddelde Indiër het toch ook wel heel erg warm vond. In het museum viel het me op dat ik al eerder (en nu weer) 2 mannen hand-in-hand zag lopen terwijl ik toch echt niet het gevoel had dat ze homo waren. Jessie legde me later uit dat zoiets normaal is onder Indiërs, als men elkaar graag mag (ook mannen onderling), loopt men hand-in-hand of met een hand op de schouder. Al met al moet ik concluderen dat de Indiërs – zeker gezien de regio – een behoorlijk vrijdenkend volk zijn. Mannen hand-in-hand, vrouwen ongesluierd en aan het werk, zelfs in het leger. Daar kunnen hele volkeren nog wat van leren! Het enige waar de Indiërs wel nog steeds heel ouderwets en krampachtig aan vast houden, is het kaste stelsel, erg jammer!
Na het rode fort hebben we 2 riksja’s gehuurd en hebben we (Jessie en ik) ons door de meest onmogelijke steegjes van Old Delhi laten vervoeren. Duizenden winkeltjes met stoffen, noten, rijst, knopen, boeken … gewoonweg alles! Als je echt alle winkeltjes wilt bekijken, heb je er – schat ik zo – minstens 2 weken voor nodig! Er was meestal nauwelijks voldoende ruimte voor voetgangers, maar die riksja’s wisten ze er ook nog wel doorheen te persen. Daar waar een Europeaan naar z’n voorhoofd zou hebben gewezen, je van alles toegewenst zou hebben of je misschien zelfs wel van je fiets afgetrokken zou hebben, hadden de Indiërs er vrede mee.
Ik kan me een verhaal van Asterix herinneren waarbij er sprake was van een Gallische stad waarin de Romeinen hopeloos verdwaalden. Ik denk dat de Engelsen destijds al aan de ingang zich jankend op hun knieën hebben laten zakken. Ik heb er absoluut geen richtingsgevoel bij kunnen behouden en ook het oppervlak van het geheel is me volledig duister. Halverwege hebben Jessie en ik nog even van riksja gewisseld want die van mij had een dak dat overduidelijk bedacht was voor het onderbrengen van Aziaten.
Recentelijk ging er een foto rond op het internet met daarop een elektrisch knooppunt in een Indische wijk … nou, ze bestaan echt, ik heb ze met m’n eigen ogen gezien! Je houdt het niet voor mogelijk, de nachtmerrie van een elektricien!
Na de wirwar van de Old Delhi steegjes kwamen we bij een moskee aan. Daar moeten natuurlijk de schoenen uit. Het was uiterst vermakelijk om daar een zee van schoenen en sandalen met daartussen één paar cowboylaarzen te zien.
Na – in m’n eentje – de moskee bezichtigd te hebben, dook m’n taxi chauffeur ineens weer op en gingen we richting lunch. Jessie wist een erg goed Indisch restaurant waarvan hij overtuigd was dat ik het zou waarderen. Ik was er niet geheel gerust op aangezien mijn studentengids (verstrekt door Koenig) me adviseerde de eerste dagen niet meteen aan het Indische eten te gaan. Jessie was echter erg overtuigend en had nog nooit klachten gehad, dus …. Ik weet eigenlijk niet meer waar hij me nou mee naar toe nam (stom, wie weet kom ik nog eens in Delhi) maar het was een soortement afgelegen, klein winkelcentrumpje waar IK in ieder geval nooit een goed Indisch restaurant zou verwachten. Jessie kende er de mensen (natuurlijk) en wist me ook te vertellen dat ik beter niet van de kaart kon bestellen, want dat werd dan alleen maar duurder. Jessie heeft toen gewoon ‘iets’ besteld en vervolgens verscheen er van alles op tafel. Nou, hij had niet één woord teveel gezegd, het was werkelijk een uitmuntende maaltijd! Ik vroeg Jessie nog of de taxi-chauffeur niet ook moest eten. "Dat is hij nu aan het doen" luidde het antwoord. "Waarom eet hij dan niet met ons mee? Ik vind het prima als hij mee eet." "Als ik ‘m zou vragen om met ons mee te eten, zou hij zich uiterst ongemakkelijk voelen tegenover u. Hij komt uit een lager milieu en zou zich niet op z’n plek voelen." "Dus ik zou hem er geen plezier mee doen?" "Nee, u zou hem er zeker geen plezier mee doen." Misschien dat ik het kaste stelsel niet echt snap of dat Jessie maar wat op hing, maar ik heb het er maar bij gelaten.
Ik verbaasde me er ook over dat er twee man nodig is om mij de stad te laten zien, waarom zou Jessie mij niet kunnen rondrijden? Jessie wist me te vertellen dat hij wettelijk gezien gids mag zijn en dat de taxi-chauffeur taxi-chauffeur mag zijn en dat is het dan. Jessie mag niet (ook) taxi-chauffeur zijn. Op dat moment was me ook direct duidelijk waarom er zo weinig snel regereld kan worden in dit land, want voor ieder apart ‘vakgebied’ moet weer een andere persoon komen. Soms zag ik mensen langs de weg ‘iets doen’ en verbaasde ik me erover hoeveel mensen daar voor nodig waren … hence!
Na de lunch zijn we nog naar het graf van Mahatma Gandhi (iedere Indiër gaat er heen als hij of zij in Delhi is) en de India gate (een soort Arc de Triomphe, maar dan van een ieieiets groter kaliber. De Arc de Triomphe is er ‘aardig’ bij vergeleken.), het parlementsgebouw en het verblijf van de premier van India geweest. Ook maakte we nog een tussenstop – op mijn verzoek – bij een Sikh tempel. Terwijl ik een aantal foto’s aan het maken was, kwamen er – vanzelfsprekend – een aantal verkooplui op me af die ik al direct op afstand begon te houden. Eén van hen had postzegels en ik weet niet wat allemaal meer van India. "Hé, wat heeft hij daar? Dat is misschien wel wat voor …."
— Geachte lezer, vergeef ons s.v.p. deze onderbreking maar er dient even een noot van de redactie geplaatst te worden. Om cadeautechnische redenen kunnen we u hier niet vertellen wat de hoofdpersoon uit dit reisverslag op dat moment waarnam, we willen het verrassingseffect bij het geven – te zijnertijd in Nederland – niet verloren laten gaan. We zullen het verhaal hervatten op een ‘veilig’ punt. —
Ik liet het aan Jessie zien en hij zei dat het er wel echt uitzag, maar dat was altijd erg moeilijk te controleren bij dergelijke zaken. Om een lang verhaal kort te maken (niet te kort!): De handelaar wilde er (omgerekend) € 30,- voor hebben. Dat vond ik toch wel wat veel en na veel gehannes en gedoe (doen alsof je weer in de auto stapt en er weer vandoor gaat, helpt) heb ik het ‘item’ voor € 10,- aan weten te schaffen.
Daarna heeft Jessie me meegenomen naar – wat hij noemde – de echte handwerklui van New Delhi. Daartoe werd ik naar een gebouw geloodst waar vele soorten handwerkvaardigheden bij elkaar waren ondergebracht. Ik had op voorhand al het idee dat Jessie al z’n toeristen er heen zou brengen, maar ik kon niet echt een blik van herkenning of ‘ongewoon’ vriendelijke begroeting ontdekken. Beneden zat een tapijt afdeling en daar begon ‘de tour’, ik werd er met een kop thee ontvangen. Ik moet eerlijk toegeven dat ze gruwelijk mooie tapijten hadden en even stond ik te overwegen om Shirah’s (zijn zus) eerdere misfortune op hetzelfde vlak recht te breiën (haken, knopen, whatever). Op een gegeven moment heb je zulke gruwelijk mooie tapijten getoond gekregen dat je er zelf minimaal één mee wilt nemen. Je weet absoluut nog niet waar je deze dan moet laten, maar dat zien we dan wel weer! "Maar wacht!, hoe ga ik dat in vredesnaam meenemen?". Geen probleem, want vervolgens lieten ze mij zien dat ze ‘m uiterst klein konden verpakken. Het beautycase formaat, zeg maar. Hmmm, twijfel, twijfel … en toen maakte de verkoper een domme fout!
"Do you know which one you want to buy?"
"IF I am gonna buy one, I defenitely, most certainly know which one!"
"So … when you are in doubt, you ARE gonna buy one!"
FOUT! Hij zette me onder druk … en dat is het laatste dat men bij mij moet doen als men iets van me gedaan wil krijgen (voor sommige lezers onder u is dat ongetwijfeld oud nieuws en hebben ze allang een andere manier gevonden om me toch te kunnen sturen). Hoe dan ook, de tapijtverkoper was een klant kwijt en tussen de regels door kon je wel lezen dat hij daar van baalde al liet hij het niet echt blijken. Vervolgens kwam ik in contact met de meest mooie en vriendelijke vrouwelijke pitbull die ik ooit heb meegemaakt. Ze was ergens in de vijftig, maar erg mooi voor haar leeftijd en ze had me een paar ogen! Je zou haar on the spot ten huwelijk willen vragen! Ze is met mee meegelopen van de sjalen naar de bedspreiën, naar de shirts, overhemden en andere kledingstukken. Alles werd met de meest mogelijke vriendelijkheid en bereidheid getoond en uitgestald. Bijna had ik een traditioneel, wit mannenkostuum gekocht, maar ik zag het mezelf niet zo heel erg vaak dragen in Nederland. "Maar je zei toch dat je morgen met de trein naar Shimla gaat?"
"Ja, dat klopt."
"In de trein kan het erg warm zijn en dan is een dergelijk kostuum erg fijn en koel."
"Maar hoe zou de gemiddelde Indiër naar me kijken dan?"
"Ze zouden het fantastisch vinden!"
Op dat moment had ik daar zo m’n twijfels bij, maar inmiddels weet ik dat ze dat inderdaad fantastisch zouden hebben gevonden. Ook heb ik nog staan twijfelen bij een paar overhemden en t-shirts, maar ook daar heb ik niet direct een beslissing genomen.
Boven waren de houtsnijwerken, de marmer inlegsels, de kruiden- en theeshop gehuisvest en ze hadden er zelfs oude Indiase voordeuren staan. Jeetje, wat waren die mooi! Even wenste ik vurig dat een dergelijke voordeur in mijn huis zou passen, maar kortstondig aan de opstuurkosten denken, bracht me resoluut weer met beide voeten terug op aarde. Ha!, blij dat het niet past!
Weer terug op weg naar de taxi moest het pand in tegensgestelde richting worden doorlopen. Vanzelfsprekend kwam ik Miss Lovely Pitbull weer tegen en ze wilde het toch nog even met me over de t-shirst en overhemden hebben. Ik had zelf echter al besloten dat ik geen t-shirt wilde nemen aangezien ik thuis recentelijk m’n was enigszins had opgeruimd (jaha!) en tot de ontdekking kwam dat ik zelf een bescheiden t-shirt winkeltje zou kunnen bevoorraden. Een overhemd daarentegen … zou het wel met zekerheid mijn maat zijn? Hmm, dan moet je passen … maar dat na een dag Delhi! Ik voelde me te vies om wat dan ook maar uit en\of aan te doen zonder dat er tussen de beide acties een douche ingecalculeerd was. Ach, ik koop er gewoon één en als die niet blijkt te passen, geef ik ‘m weer weg. Uiteindelijk heb ik inderdaad één overhemd gekocht dat vanuit het ene gezichtspunt lichtblauw is maar vanuit een ander gezichtspunt er een paarse gloed overheen heeft liggen. Aan de t-shirts heb ik weten te weerstaan al werden ze wel steeds goedkoper. Daarna liet Miss Lovely Pitbull weer los en mocht ik het pand weer verlaten.
Daarmee was de tour tot een einde gekomen en werd ik weer bij m’n hotel afgezet. Al met al een ontzettend geslaagde, maar zeer vermoeiende dag geweest. Ik had een leuke en goede taxi-chauffeur en een kanjer van een gids. Hij vond mij ook een gezellige ‘lading’ want ik wilde veel weten en wist ook al best veel. Ik had ook erg goed mijn ogen open volgens hem. Hij gaf echter ook eerlijk toe dat als ik een klote-toerist zou zijn dat hij me dat dan nooit eerlijk gezegd zou hebben.
Delhi was leuk!
P.S. 1 Iedere keer dat ik weer tegen het (ene, niet die andere. De andere zit in de voet van de ene verwerkt) symbool van India aankijk, heb ik toch het idee naar een Perzisch ontwerp te kijken. "Wat u, Tom Poes?"
P.S. 2 Tijdens mijn tour door Delhi heb ik een belangrijk autotechnisch vraagstuk waar ik al enige tijd mee worstel, opgelost zien worden. Ik had nooit verwacht dat het antwoord pas op mijn huidige leeftijd en in India voor mij ontrafeld zou worden.
Het vraagstuk luidt: Wat is het voordeel van een driewielig gemotoriseerd voertuig t.o.v. een vierwieler?
Het antwoord luidt: Een driewieler is gemakkelijker te kantelen! Dat wil zeggen, vervolgens zet je er een stok onder en kan je er met z’n tweeën heerlijk onder gaan zitten sleutelen aan de kant van de weg!